Geschilnummer: 17.004
Uitspraak 17.004
Datum uitspraak
22 februari 2018
Zorgsector
Tweedelijns zorginstelling voor de behandeling van ernstige complexe chronische rug-, bekken- en/of nekpijn stoornissen.
Oordeel
Klacht gedeeltelijk gegrond
Schadevergoeding
Ja (gedeeltelijk toegekend)
Partijen
A, vertegenwoordigd door B, advocaat, verder te noemen “Klager”,
tegen
C, kantoorhoudende te D, vertegenwoordigd door E, directeur, verder te noemen “de Zorginstelling” of “Aangeklaagde”.
1. Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken.
Het geschil is ter zitting behandeld op 17 januari 2018 te Eindhoven.
Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. Klager is in persoon ter zitting verschenen, bijgestaan door B. Namens Aangeklaagde waren aanwezig E en F.
Voor de standpunten van beide partijen geldt dat, voor zover er ter zitting nieuwe of andere punten naar voren zijn gebracht dan reeds op schrift ingebracht, deze hierna telkens onder het kopje ‘beoordeling van het geschil’, voor zover relevant, worden weergegeven.
Verloop van de procedure
- 18 juli 2017: klacht ontvangen
- 16 augustus 2017: verzoek aan Klager om toelichting klacht
- 17 augustus 2017: verzoek van Klager om drie weken uitstel, verzoek toegewezen
- 30 augustus 2017: aanvullende stukken van Klager ontvangen
- 24 september 2017: nieuw verzoek om uitstel afgewezen, startdatum procedure
- 26 september 2017: klacht verzonden aan Aangeklaagde met verzoek om verweer
- 20 oktober 2017: verzoek van Aangeklaagde stukken opnieuw te sturen
- 25 oktober 2017: stukken opnieuw aan Aangeklaagde verstuurd
- 31 oktober 2017: reactie van Aangeklaagde op klacht
- 5 december 2017: overleg Geschilleninstantie
- 11 december 2017: verzoek aan Aangeklaagde om nadere informatie
- 13 december 2017: reactie Aangeklaagde op verzoek om nadere informatie
- 11 januari 2018: aanvullende stukken van Klager
- 16 januari 2018: aanvullende stukken aan Aangeklaagde
- 17 januari 2018: hoorzitting in aanwezigheid van beide partijen
- 18 januari 2018: medisch dossier Klager opgevraagd bij Aangeklaagde
- 25 januari 2018: vragen van Aangeklaagde m.b.t. toezending medisch dossier
- 29 januari 2018: antwoord Geschilleninstantie op vragen Aangeklaagde
- 23 februari 2018: afwijzende reactie van Aangeklaagde op verzoek toezenden medisch dossier Klager
2. Onderwerp van het geschil
Aanleiding
Aangeklaagde is een 2-de lijns zorginstelling voor de behandeling van personen met ernstige complexe chronische rug-, bekken- en/of nekpijn stoornissen. Aangeklaagde hanteert een multidisciplinaire aanpak, waarbij de behandeling plaatsvindt door een team van behandelaren. Klager is tussen januari en juli 2016 in de Zorginstelling behandeld. Over deze behandeling zijn door Klager klachten geuit. Deze klachten zijn (deels) besproken of schriftelijk weerlegd door Aangeklaagde.
Klager is van mening dat door hem aangedragen medische gegevens niet of onvoldoende door behandelaren zijn bekeken. Verder vindt Klager dat het fysiotherapeutisch team niet goed heeft gefunctioneerd en dat hij zich onvoldoende gehoord voelde en niet serieus genomen door diverse medewerkers van de Zorginstelling.
Klager heeft zijn klachten conform de klachtenregeling van de Zorginstelling voorgelegd aan de externe klachtencommissie van de Zorginstelling. Klager is het niet eens met de wijze waarop zijn klachten zijn behandeld. Er zijn verschillende gesprekken met Klager gevoerd over zijn klachten maar die hebben niet kunnen leiden tot het wegnemen van diens onvrede.
Klager heeft zijn klacht, uitgebreid gemotiveerd, ingediend bij de Geschilleninstantie Zorggeschil.
Standpunt Klager
De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat – kort samengevat – uit de navolgende klachtonderdelen:
- Door Klager aangedragen medische gegevens zijn niet of onvoldoende bekeken of meegewogen bij de diagnostiek.
- Fysiotherapeut van het behandelteam heeft niet goed gefunctioneerd.
- Aangeklaagde weigert op verzoek van Klager wijzigingen aan te brengen in rapportage.
- Rapportage is zonder toestemming van Klager aan derden gezonden.
- Klacht gericht tegen de klachtenprocedure. De eigen klachtenregeling is door de Instelling niet en/of niet correct gevolgd.
- Klager voelt zich niet voldoende gehoord en niet voldoende serieus genomen door diverse medewerkers van Aangeklaagde.
- Aangeklaagde weigert Klager op diens verzoek een kopie te verstrekken van zijn medische dossier.
Schadevergoeding
Bij brief van 30 januari 2018 heeft advocaat van Klager de Commissie verzocht om in haar bindend advies geen uitspraak te doen over een schadevergoeding, teneinde de mogelijkheid open te houden om in een civiele procedure schadevergoeding te vorderen.
Een en ander was reeds op de hoorzitting ter sprake gekomen. Klager had tegen 2 zorgverleners, in dienst van Aangeklaagde, klachten ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidzorg. De uitspraken zijn door Klager als productie ingebracht en toegevoegd aan het procesdossier.
De klacht tegen de behandelend psychotherapeut, tevens aangewezen als hoofdbehandelaar, is grotendeels gegrond verklaard. De klacht tegen de behandeld fysiotherapeut is ongegrond verklaard. Ter hoorzitting heeft de advocaat van Klager aangegeven dat tegen beide uitspraken hoger beroep is aangetekend bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidzorg.
De uitspraken in hoger beroep zijn (mede) bepalend voor aansprakelijkheid van de Zorginstelling jegens Klager, alsmede de hoogte van een schadevergoeding. Gelet op de in het Reglement voorgeschreven termijn om uitspraak te doen, acht de Geschilleninstantie het niet gewenst om de behandeling van het geschil aan te houden totdat het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidzorg uitspraak heeft gedaan.
3. Standpunt Aangeklaagde
Onderstaand zijn de standpunten van Aangeklaagde, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.
(Hierna volgen letterlijk en ongewijzigd alle klachtonderdelen 1 t/m 7, de beoordeling van het geschil, de overweging ten overvloede, de aanbeveling en de beslissing, exact conform de pdf.)
(Tekst loopt volledig door tot en met de ondertekening.)
5. Beslissing
De Geschilleninstantie Zorggeschil acht de klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond en de klachtonderdelen 3 tot en met 7 gegrond.
Op verzoek van Klager doet Geschilleninstantie Zorggeschil geen uitspraak over een schadevergoeding, teneinde de mogelijkheid open te houden voor Klager om in een civiele procedure schadevergoeding te vorderen.
De Geschilleninstantie Zorggeschil veroordeelt Aangeklaagde:
I. om binnen 7 dagen na de datum van deze uitspraak aan Klager een kopie van zijn medisch dossier te verstrekken, waarvoor Aangeklaagde van Klager betaling van een redelijke vergoeding mag verlangen;
II. tot betaling van het klachtengeld ad € 50 aan Klager, te betalen binnen 7 dagen na de datum van deze uitspraak.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 21 maart 2018
W.g. De Voorzitter
