Uitspraak 17.005 (tussenuitspraak)

Geschilnummer: 17.005

Uitspraak 17.005 (tussenuitspraak)

Datum
14 december 2017
Zorgsector
Ouderenzorg
Oordeel
Deels niet ontvankelijk – deels ontvankelijk

Partijen

A, – klaagster –
en
B, handelend onder de naam “C”, – aangeklaagde –.


Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.

Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
(…)

hierna gezamenlijk ook te noemen “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Geschilleninstantie heeft kennisgenomen van:

  • klachtbrief met bijlagen;
  • verweer van aangeklaagde met bijlagen.

De Geschilleninstantie is van oordeel dat het de verdere behandeling van het geschil ten goede komt indien reeds in dit stadium van de procedure duidelijkheid wordt verschaft over de ontvankelijkheid van onderdelen van de klacht.


Verloop van de procedure

  • 20 juli 2017: ontvangst melding geschil
  • 1 september 2017: klacht voor verweer aan aangeklaagde gezonden
  • 22 september 2017: ontvangst verweer
  • 8 november 2017: overleg Geschilleninstantie
  • 30 november 2017: verzoek om nadere informatie aan aangeklaagde
  • 5 december 2017: nadere informatie aangeklaagde ontvangen
  • 14 december 2017: tussenoordeel verzonden aan partijen

Feiten en achtergrond

A is kind en nabestaande van D en E.

De ouders waren cliënten van C. De klacht richt zich op de wijze waarop de zorgverlening aan ouders is verlopen.


C

De door klaagster aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht is gericht tegen B, handelend onder de naam “C”.

B heeft 26 juni 2017 de rechtspersoon C opgericht. Aangezien de klacht geen betrekking heeft op door deze rechtspersoon verleende zorg, is B aangeklaagde.

“C” was tot 1 december 2015 een handelsnaam van de eenmanszaak van F. Zij heeft haar bedrijfsactiviteiten per die datum overgedragen aan aangeklaagde.


Rechtsverhoudingen / overeenkomsten

Er zijn 3 partijen die onderling overeenkomsten hebben gesloten. De onderlinge verhoudingen zijn onderstaand weergegeven.

Overeenkomst: C – Cliënt (bijlage 1a bij verweer)
Overeenkomst tussen F (h.o.d.n. C) en D d.d. 10 augustus 2015.
Algemene omschrijving: organiseren van (thuis)zorgdiensten; zorgvoorstel op maat; voorstellen zorgverleners; opstellen overeenkomst van opdracht.

Overeenkomst: C – Zorgverlener (bijlage 1b bij verweer)
C bemiddelt bij totstandkoming van overeenkomst tussen zorgverlener en cliënten.
C wordt geen partij bij de overeenkomst.

Overeenkomst: Cliënt – Zorgverlener (bijlage 1c bij verweer)
Opdracht tot verrichten van (thuis)zorg; criteria en voorwaarden benoemd.


Ontvankelijkheid

Wet- en regelgeving

Op grond van de Wkkgz kan een geschil worden voorgelegd als de klachtenprocedure van de zorgaanbieder is doorlopen en het schriftelijk oordeel de klacht onvoldoende wegneemt.

In artikel 5 lid 4 sub a van het Reglement is bepaald dat een klacht niet ontvankelijk kan zijn indien geen gebruik is gemaakt van de klachtenprocedure, tenzij dit klaagster niet kan worden aangerekend.


Inhoud van de klacht

De Geschilleninstantie gaat uit van drie onderdelen:

a. Zorgverlening jegens D
b. Zorgverlening door individuele zorgverleners niet zijnde aangeklaagde
c. Zorgverlening door aangeklaagde


Oordelen

a. Niet ontvankelijk, omdat hierover geen klacht is ingediend bij de zorgaanbieder.

b. Niet ontvankelijk: deze zorgverleners zijn zelf zorgaanbieder in de zin van de Wkkgz.

c. Ontvankelijk: betreft zorgverlening door aangeklaagde jegens E.

Klaagster krijgt 14 dagen gelegenheid om haar klacht te wijzigen of aan te vullen.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 14 december 2017

mr. W.H. Morselt
voorzitter

Download PDF: Uitspraak 17.005