Uitspraak 17.006

Geschilnummer: 17.006 

Uitspraak 17.006

Datum uitspraak
4 mei 2018
Zorgsector
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
Oordeel
Klachtonderdeel 4 gegrond, overige onderdelen ongegrond
Schadevergoeding
Nee (alleen vergoeding klachtengeld)

Partijen

A, verder te noemen “Klaagster”,
tegen
B, vertegenwoordigd door C, verder te noemen “de Zorginstelling” of “Aangeklaagde”.


1. Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
(…)

hierna gezamenlijk ook te noemen “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken.

Een geplande hoorzitting op 20 februari 2018 te Deventer is, op verzoek van Klaagster niet doorgegaan. Op haar verzoek is de hoorzitting verzet naar een andere datum, in de middag en dichter bij haar woonplaats.

Een geplande hoorzitting op 3 april 2018 te Arnhem is in verband met niet verschijnen van Klaagster niet doorgegaan. Een verzoek van Klaagster om de hoorzitting met 6 maanden uit te stellen heeft de Commissie afgewezen. Klaagster heeft vervolgens op 5 april 2018 de Commissie gewraakt.

Conform artikel 16 van het Reglement is het wrakingsverzoek behandeld. In haar uitspraak van 23 april 2018 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek afgewezen.


Verloop van de procedure

  • 26 juli 2017: klacht ontvangen
  • juli – oktober 2017: onderzoek Commissie naar ontvankelijkheid, Klaagster voorziet Commissie van nieuwe informatie
  • 19 oktober 2017: geschil ontvankelijk verklaard, start behandeling geschil
  • 2 november 2017: aanvullende stukken van Klaagster ontvangen
  • 9 november 2017: stukken aan Aangeklaagde voor reactie
  • 21 november 2017: reactie van Aangeklaagde ontvangen
  • 8 januari 2018: overleg Commissie over geschil, besluit tot hoorzitting
  • 12 februari 2018: uitstel van hoorzitting d.d. 20 februari op verzoek Klaagster
  • 3 april 2018: hoorzitting te Arnhem niet doorgegaan omdat Klaagster niet kon verschijnen. Klaagster heeft om uitstel verzocht
  • 4 april 2018: verzoek om uitstel is afgewezen. Klaagster heeft een wrakingsverzoek jegens de Commissie ingediend
  • 23 april 2018: wrakingsverzoek afgewezen

2. Onderwerp van het geschil

Aanleiding

Aangeklaagde is een instelling met expertise over ernstig probleemgedrag. Klaagster heeft een advies gevraagd voor zichzelf. Klaagster verkeerde, zo stelt zij, in een ernstige situatie maar Aangeklaagde heeft haar daarin onvoldoende geholpen.

Klaagster heeft een klacht ingediend bij Aangeklaagde. Zij is niet tevreden over de behandeling van de klacht en het oordeel van Aangeklaagde.

Klaagster heeft haar klacht, uitgebreid gemotiveerd, ingediend bij de Geschilleninstantie Zorggeschil.


3. Standpunt Klaagster

De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat – kort samengevat – uit de navolgende klachtonderdelen:

  1. Klaagster is van mening dat het te lang heeft geduurd dat het door Klaagster aangevraagde advies is uitgebracht door Aangeklaagde;
  2. Klaagster is het niet eens met de inhoud van het advies van Aangeklaagde;
  3. Klaagster is van mening dat de procedure van klachtbehandeling door B te lang heeft geduurd;
  4. Klaagster is van mening dat B haar klachten niet voldoende serieus heeft genomen.

4. Standpunt Aangeklaagde

Onderstaand zijn de standpunten van Aangeklaagde, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.

Algemeen

Aangeklaagde geeft aan de klacht van Klaagster, zoals voorgelegd aan de Geschilleninstantie niet goed te kunnen bevatten. Aangeklaagde geeft daarbij aan dat dit ook speelde bij de klachtenfunctionaris.

Aangeklaagde stelt zich te realiseren dat met de uitspraak van haar over de klacht geen bevredigende oplossing is gevonden. Dat betreurt zij. Volgens Aangeklaagde is dat ook het probleem waar het om draait. Aangeklaagde kan de problemen van Klaagster niet oplossen. Dat is niet haar rol en daarvoor is zij ook niet toegerust.

Klachtonderdelen 1, 2, 3 en 4

Aangeklaagde verweert zich niet expliciet tegen een klachtenonderdeel, maar verwijst naar de uitspraak van de klachtenfunctionaris van 17 juli 2017 en haar brief van 2 augustus 2017.


5. Beoordeling van het geschil

Algemeen

De Commissie heeft moeten constateren dat zij er niet goed in slaagt om uit de door Klaagster opgestelde schriftelijke stukken (klacht en diverse email berichten) een goed beeld te krijgen van de inhoud van de klacht. Dit ondanks dat de Commissie zich hiervoor heeft ingespannen. Zo heeft de ambtelijk secretaris vele e-mails gestuurd aan Klaagster en gesprekken met haar gevoerd.

De Commissie had gehoopt om meer duidelijkheid te kunnen verkrijgen in een hoorzitting, doch deze heeft uiteindelijk niet kunnen plaatsvinden. Dit heeft met name gevolgen voor de beoordeling van klachtonderdelen 1 en 2.

Klachtonderdeel 1 (duur van adviestraject)

Dit onderdeel van de klacht is tevens behandeld in de klachtenprocedure bij Aangeklaagde. In de uitspraak van de Klachtenfunctionaris van 17 juli 2017 wordt onder punt 1 (pagina 3) nader ingegaan op dit onderdeel van de klacht.

Aangeklaagde erkent dat het advies langer op zich heeft laten wachten dan gebruikelijk en wenselijk is. Tegelijk geeft zij een goed onderbouwde verklaring voor de duur van het adviestraject, waaronder de tijd die het heeft gekost om de aanvraag compleet te krijgen. Aangeklaagde stelt dat de periode van het in bezit hebben van de complete aanvraag tot het uitbrengen van het advies niet uitzonderlijk lang is.

Nu Klaagster aan de Commissie niet duidelijk heeft kunnen maken op welke onderdelen zij het met bovengenoemde visie van Aangeklaagde niet eens is, zal de Commissie hierover een eigen oordeel moeten geven op basis van de stukken. De Commissie acht de uitleg van Aangeklaagde niet onredelijk.

De Commissie is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht ongegrond is.

Klachtonderdeel 2 (inhoud advies)

De Commissie heeft Klaagster gevraagd of zij nog klachten heeft over de inhoud van het advies van Aangeklaagde. Klaagster geeft in haar reactie per email van 15 januari jl. aan dat zij wel degelijk klachten heeft over de inhoud en dat dit zou blijken uit de klachtbrief en de daaropvolgende correspondentie met de Commissie.

Uit de klachtbrief en nagezonden berichten heeft de Commissie onvoldoende duidelijk kunnen krijgen waarom Klaagster het niet eens is met de inhoud van het advies. Klaagster heeft dit klachtonderdeel onvoldoende kunnen onderbouwen.

De Commissie is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht ongegrond is.

Klachtonderdeel 3 (duur klachtenprocedure)

De klacht is door Klaagster formeel bij Aangeklaagde ingediend op vrijdag 23 juni 2017. Aangeklaagde heeft op woensdag 2 augustus 2017 een schriftelijk oordeel uitgesproken.

De klachtenprocedure heeft dan ook niet langer geduurd dan in de Wkkgz is voorgeschreven.

De Commissie is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht ongegrond is.

Klachtonderdeel 4 (niet serieus nemen van de klachten)

Ofschoon de Commissie inziet dat Aangeklaagde zich heeft ingespannen om de zorgen en bezwaren van Klaagster weg te nemen, heeft de Commissie moeten constateren dat de Klachtenregeling van Aangeklaagde niet op alle onderdelen voldoet aan de Wkkgz, met name waar het de rol van de klachtenfunctionaris betreft.

Nu de klachtenregeling op belangrijke onderdelen niet voldoet aan de daaraan in de Wkkgz gestelde eisen en deze procedure bij de behandeling van de klachten is gevolgd, moet de Commissie constateren dat Aangeklaagde de klachten van Klaagster niet voldoende serieus heeft genomen.

De Commissie is van oordeel dat dit onderdeel van de klacht gegrond is.


6. Beslissing

De Geschilleninstantie Zorggeschil acht klachtonderdeel 1, 2 en 3 ongegrond en klachtonderdeel 4 gegrond.

Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement het door Klaagster aan de Geschilleninstantie betaalde klachtengeld te vergoeden.

De Geschilleninstantie Zorggeschil veroordeelt Aangeklaagde tot betaling van het klachtengeld ad € 50 aan Klaagster, te betalen binnen 7 dagen na de datum van deze uitspraak.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 4 mei 2018

De Voorzitter
de heer mr. W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 17.006