Geschilnummer: 17.007
Uitspraak 17.007
Datum uitspraak
20 november 2017
Zorgsector
Thuiszorg
Oordeel
Ongegrond
Schadevergoeding
Nee (wel vergoeding van klachtengeld)
Partijen
A, verder te noemen “Klagers”,
tegen
zorginstelling B, vertegenwoordigd door C, verder te noemen “Aangeklaagden”.
Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met “de Commissie”. De Commissie is in deze procedure bijgestaan door de ambtelijk secretaris.¹
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Het geschil is ter zitting behandeld op 23 maart 2018 te Den Haag.
Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht. Klagers werden daarbij vergezeld door D als toehoorders. Aangeklaagden werden bijgestaan door hun gemachtigde, E.
Voor de standpunten van beide partijen geldt dat, voor zover er ter zitting nieuwe of andere punten naar voren zijn gebracht dan reeds op schrift ingebracht, deze hierna telkens onder het kopje ‘Beoordeling’, voor zover relevant, worden weergegeven.
¹ Die evenwel op zitting verhinderd was.
Verloop van de procedure
- 9 oktober 2017: klacht ontvangen
- 23 oktober 2017: ontvangstbevestiging aan Klagers
- 7 november 2017: stukken aan Aangeklaagden voor verweer
- 19 november 2017: ontvangst reactie van Aangeklaagden op de klacht
- 18 januari 2018: overleg Geschilleninstantie; besluit tot een hoorzitting
- 23 maart 2018: hoorzitting in aanwezigheid van beide partijen
Aanleiding
Aangeklaagden voeren een kleinschalige zorginstelling voor mensen met een verstandelijke beperking. De (stief)zoon van Klagers, F, is sinds juni 2013 bewoner van deze zorginstelling. B heeft nog acht andere bewoners.
In juni en juli 2017 hebben zich een tweetal gebeurtenissen voorgedaan waarbij F betrokken was. De eerste gebeurtenis zag op het niet vieren van de verjaardag van F als straf voor ongewenst gedrag. De tweede gebeurtenis betrof de constatering door Klaagster van een blauwe plek op de ellenboog van F.
De eerste gebeurtenis leidde ertoe dat Klagers F op 7 juli 2017 voor een time-outperiode mee naar huis hebben genomen. Op 11 juli 2017 constateerde Klaagster de blauwe plek bij F. Deze blauwe plek hebben Klagers, na overleg met G (de koepel van o.a. B) en Per Saldo (de belangenvereniging voor mensen met een persoonsgebonden budget), per e-mail bij Aangeklaagden gemeld als een ‘zorgwekkende constatering’. Volgens Klagers zou F hebben aangegeven dat Aangeklaagde deze blauwe plek had veroorzaakt nadat hij boos was geworden op F.
Op 9 augustus 2017 heeft een gesprek tussen Klagers en Aangeklaagden met een mediator van G plaatsgevonden. Dit bemiddelingsgesprek heeft geen oplossing gebracht; Aangeklaagden hebben tijdens het mediationgesprek aangegeven het contract van F te willen beëindigen. F is niet meer naar B teruggekeerd.
Klagers hebben vervolgens bij brief van 9 oktober 2017 hun klacht, gemotiveerd, ingediend bij de Geschilleninstantie Zorggeschil.
Klacht
De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat – kort en zakelijk samengevat – uit de navolgende onderdelen:
- Waar komt de blauwe plek van F vandaan en waarom is die niet aan Klagers gemeld?
- De hulpverleners/begeleiders hebben met het nemen van verregaande vrijheidsbeperkende maatregelen/afzondering stress, nervositeit en spanning bij F veroorzaakt. Hebben zij dat onderkend en hoe zijn zij hiermee omgegaan?
- De leiding (en medewerkers) van B negeren/gaan voorbij aan de gevoelens van Klagers.
- Waarom hebben Aangeklaagden tijdens de mediation geen antwoord willen geven op zorginhoudelijke vragen?
- Hoe kan de constatering van een blauwe plek tot contractbeëindiging hebben geleid? Wat is de ware reden dat F geen contractverlenging kon krijgen?
- Klagers zijn/voelen zich vals beschuldigd en willen daarvoor excuses.
- Klagers maken zich zorgen over de zorginhoudelijke expertise en bedrijfsvoering van B.
Verweer
Aangeklaagden hebben bij brief van 19 november 2017 gereageerd op de klachten.
Aangeklaagden geven aan niet op de hoogte te zijn geweest van de blauwe plek en niet te weten waar deze vandaan kwam. Indien de blauwe plek binnen B zou zijn ontstaan, zouden zij daarvoor excuses hebben aangeboden.
Ten aanzien van de overige klachtonderdelen voeren Aangeklaagden gemotiveerd verweer, zoals nader weergegeven in de beoordeling.
Beoordeling
Klachtonderdeel 1
Dit onderdeel omvat geen klacht maar een vraag. Voor zover sprake zou zijn van een klacht, wijzen Aangeklaagden erop niet te weten waar de blauwe plek is ontstaan. De Commissie ziet geen aanleiding deze uitleg als onjuist te beoordelen.
De klacht wordt afgewezen.
Klachtonderdeel 2
De Commissie heeft niet kunnen vaststellen dat sprake is geweest van verregaande vrijheidsbeperkende maatregelen of afzondering.
De klacht wordt afgewezen.
Klachtonderdeel 3
Hoewel de communicatie beter had gekund, is niet gebleken dat Aangeklaagden Klagers hebben genegeerd.
De klacht wordt afgewezen.
Klachtonderdeel 4
Gelet op de vertrouwelijke aard van mediation geeft de Commissie hierover geen nader oordeel.
De klacht wordt afgewezen.
Klachtonderdelen 5 en 6
Deze onderdelen bevatten voornamelijk vragen en gevoelens en kunnen naar hun aard niet tot een gegronde klacht leiden. De Commissie merkt wel op dat Aangeklaagden ten onrechte verwijtend hebben gereageerd op het raadplegen van derden door Klagers.
De klachten worden afgewezen.
Klachtonderdeel 7
Dit onderdeel bevat geen klacht en er is geen aanleiding voor een negatief oordeel over de zorginhoudelijke expertise of bedrijfsvoering.
De klacht wordt afgewezen.
Beslissing
De Geschilleninstantie Zorggeschil wijst de klachten af.
De Commissie ziet geen aanleiding tot enige kostenveroordeling.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Den Haag, 3 mei 2018
De Voorzitter
Mr. R.C. de Mol
Download PDF: Uitspraak 17.007
