Uitspraak 18.001

Geschilnummer: 18.001

Uitspraak 18.001

Datum uitspraak
10 juli 2018
Zorgsector
Eerstelijnszorg (paramedisch)
Oordeel
Klachtonderdeel 1: ongegrond
Klachtonderdeel 2: gedeeltelijk gegrond
Schadevergoeding
Niet toegekend (partijen dragen hun eigen kosten)

Partijen

A, hierna te noemen “Klager”,
tegen
B, hierna te noemen “Zorgaanbieder” of “Aangeklaagde”.


1. Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
(…)

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken.

De Commissie heeft geen aanleiding gezien voor een hoorzitting. Partijen, daartoe in de gelegenheid gesteld, hebben niet zelf verzocht om een hoorzitting.


Verloop van de procedure

  • 14 februari 2018: ontvangst klacht;
  • februari – maart 2018: onderzoek Commissie naar ontvankelijkheid, Klager voorziet Commissie van aanvullende informatie;
  • 30 maart 2018: stukken aan Aangeklaagde voor reactie;
  • 16 april 2018: reactie van Aangeklaagde ontvangen;
  • 16 mei 2018: overleg Commissie over geschil, besluit tot stellen van nadere vragen aan Klager;
  • 31 mei 2018: reactie van Klager op nadere vragen;
  • 5 juni 2018: Aangeklaagde in de gelegenheid gesteld te reageren op de reactie van Klager;
  • 5 juni 2018: partijen krijgen twee weken de gelegenheid om aan te geven of zij een hoorzitting wensen;
  • 12 juni 2018: ontvangst reactie van Aangeklaagde.

2. Onderwerp van het geschil

Aanleiding

Klager heeft reeds tientallen jaren last van de onderrug. Op 15 december 2016 heeft Klager een intake en eerste behandeling gehad bij Aangeklaagde, gevolgd door een behandeling op 20 december 2016. Op 29 december 2016 zijn de bij het ziekenhuis opgevraagde foto’s bekeken en is besloten de behandelingen te stoppen. Op 5 januari 2017 heeft een afsluitende behandeling plaatsgevonden.

Bij deze behandeling stond Klager op van de behandeltafel met een zere, wat stijve nek. Op advies van Aangeklaagde is Klager nog enige tijd op een stoel gaan zitten, waarbij zijn hoofd en nek door Aangeklaagde zijn gemanipuleerd. In de daaropvolgende dagen kreeg Klager last van zijn hals en nek met een prikkelende uitstraling van het linkeroor tot de schouder en bovenarm.

Klager heeft zich hierover beklaagd bij Aangeklaagde. Aangeklaagde heeft Klager vervolgens acht maal behandeld zonder daarvoor kosten in rekening te brengen. Na ongeveer een jaar bleek de pijn verdwenen.

Bij e-mail van 26 september 2017 heeft Klager Aangeklaagde aansprakelijk gesteld en een schadevergoeding van € 2.000 geëist, later teruggebracht tot € 400. Aangeklaagde heeft aansprakelijkheid afgewezen en aangegeven niet bereid te zijn tot betaling van een schadevergoeding.


Ontvankelijkheid

Het ontbreken van een schriftelijke mededeling ex artikel 17 Wkkgz kan Klager niet worden tegengeworpen. Conform artikel 5 lid 5 van het Reglement heeft de Geschilleninstantie besloten de klacht in behandeling te nemen.


3. Standpunt Klager

De klacht bestaat uit de volgende klachtonderdelen:

  1. Klager is van mening dat hij verkeerd is behandeld door Aangeklaagde, met langdurige pijnklachten tot gevolg, en verzoekt om een schadevergoeding.
  2. Aangeklaagde heeft zonder toestemming van Klager rechtstreeks contact opgenomen met de manueel therapeut van Klager en daarbij informatie gedeeld.

4. Standpunt Aangeklaagde

Aangeklaagde bestrijdt gemotiveerd dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld of aansprakelijk is voor de gestelde klachten.

Ten aanzien van het contact met de manueel therapeut stelt Aangeklaagde dat het de verantwoordelijkheid van deze derde is om toestemming te verkrijgen alvorens informatie te delen.


5. Beoordeling van het geschil

Klachtonderdeel 1

De Commissie stelt vast dat de bewijslast bij Klager ligt. Klager heeft niet kunnen aantonen dat Aangeklaagde toerekenbaar tekort is geschoten of dat sprake is van causaal verband tussen de behandeling en de gestelde schade.

Oordeel: ongegrond.


Klachtonderdeel 2

Voor zover de klacht ziet op het delen van informatie door de therapeut met Aangeklaagde, acht de Commissie dit onderdeel ongegrond.

De Commissie constateert echter dat Aangeklaagde in haar e-mail van 5 december 2018 zelf medische informatie van Klager heeft gedeeld met de therapeut zonder toestemming van Klager. Dit acht de Commissie onzorgvuldig.

Oordeel: gedeeltelijk gegrond.

Omdat dit gegronde onderdeel niet expliciet door Klager is aangevoerd, ziet de Commissie geen aanleiding tot vergoeding van het klachtengeld.


6. Beslissing

De Geschilleninstantie Zorggeschil acht:

  • klachtonderdeel 1 ongegrond;
  • klachtonderdeel 2 gedeeltelijk gegrond.

De Commissie ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling. Iedere partij draagt haar eigen kosten.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 10 juli 2018

De Voorzitter
de heer mr. W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 18.001