Geschilnummer: 18.005
Uitspraak 18.005
Datum uitspraak
21 mei 2019
Zorgsector
Tweedelijnszorg (GGZ / psychiatrisch consultatietraject)
Oordeel
Klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond
Klachtonderdeel 2 gegrond
Schadevergoeding
Nee (verzoek afgewezen; wel vergoeding van klachtengeld)
Partijen
A, hierna te noemen “A”,
tegen
B, hierna te noemen “Aangeklaagde” of “B”.
1. Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
•
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken.
Verloop van de procedure
- 6 september 2018: ontvangst klacht;
- september 2018 tot januari 2019: verhelderen klacht in overleg met A;
- 21 november 2018: ontvangst klachtengeld;
- 17 januari 2019: stukken aan Aangeklaagde voor verweer;
- 14 februari 2019: reactie Aangeklaagde op klacht ontvangen;
- 4 maart 2019: telefonisch overleg Commissie;
- 18 april 2019: hoorzitting in aanwezigheid van partijen;
- 19 april 2019: nadere vragen aan A en Aangeklaagde naar aanleiding van de hoorzitting;
- 25 april 2019: reactie van A op nadere vragen ontvangen;
- 3 mei 2019: reactie van Aangeklaagde op nadere vragen ontvangen;
- 9 mei 2019: reactie Aangeklaagde op reactie van A d.d. 25 april 2019 ontvangen;
- reactie A op reactie van Aangeklaagde d.d. 3 mei 2019 ontvangen;
- 21 mei 2019: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.
Na de hoorzitting is de communicatie met Aangeklaagde verlopen via een advocaat.
2. Procedureel
A heeft zich erover beklaagd dat door Aangeklaagde verweer is gevoerd na het verstrijken van de door de Commissie aan Aangeklaagde verleende termijn, alsmede dat Aangeklaagde zich na de hoorzitting heeft laten vertegenwoordigen door een advocaat die volgens haar in de correspondentie is getreden buiten hetgeen waartoe Aangeklaagde door de Commissie in de gelegenheid is gesteld.
Het is juist dat Aangeklaagde niet binnen de gestelde termijn heeft gereageerd. De Commissie heeft om procestechnische redenen besloten om Aangeklaagde nog een korte extra termijn te geven om te reageren.
Ieder der partijen is te allen tijde gerechtigd zich door een jurist te laten vertegenwoordigen. Het inschakelen van een advocaat kan een reden zijn om een korte extra termijn te gunnen voor een reactie. De Commissie heeft de termijn tot beantwoording van de vragen met slechts enkele dagen verlengd. De advocaat is in zijn reactie op de vragen niet op onaanvaardbare wijze getreden buiten hetgeen waartoe Aangeklaagde door de Commissie in de gelegenheid is gesteld. A is vervolgens in de gelegenheid gesteld om hier schriftelijk op te reageren en heeft hier gebruik van gemaakt.
De advocaat heeft vervolgens namens Aangeklaagde gereageerd op de reactie van A op de gestelde vragen en heeft zich ook daarin beperkt tot een reactie op de reactie van A, althans is daar niet op onaanvaardbare wijze buiten getreden.
De Commissie heeft gehandeld conform haar reglement en heeft een partij niet onzorgvuldig behandeld c.q. benadeeld ten opzichte van de andere partij. De Commissie is van oordeel dat niet is gehandeld in strijd met het beginsel van hoor- en wederhoor, noch dat anderszins is gehandeld in strijd met een zorgvuldige procesorde.
3. Onderwerp van het geschil
Aanleiding
Het kindje van A is kort na de geboorte in mei 2018 bij haar weggehaald op basis van een uitspraak van de rechtbank tot voorlopige uithuisplaatsing en/of ontzetting uit de ouderlijke macht. Deze maatregel was voorlopig, in afwachting van een definitief besluit. In verband hiermee is door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) een onderzoek gestart.
A heeft een onderzoek aangevraagd bij B. Doel van het consultatietraject is om de psychiatrische problematiek helder te krijgen. A heeft toestemming gegeven aan de RvdK om in het kader van het raadsonderzoek schriftelijk vragen voor te leggen aan de coördinator en de consultant van B.
De coördinator is echter telefonisch benaderd en heeft telefonisch informatie verstrekt aan de RvdK. A verwijt B dat zonder haar toestemming telefonisch informatie is verstrekt. Als gevolg hiervan zou de rechtbank de voorlopige maatregel hebben verlengd.
A heeft hierover een klacht ingediend bij B. Het onderzoek is door B eenzijdig stopgezet.
4. Standpunt A
De klacht bestaat – kort samengevat – uit de volgende klachtonderdelen:
- het delen van persoonsgegevens met de RvdK zonder toestemming;
- de wijze van klachtafhandeling en het stopzetten en beëindigen van het consultatietraject.
A verzoekt om toekenning van een schadevergoeding.
4. Standpunt Aangeklaagde
Aangeklaagde voert gemotiveerd verweer tegen de klachtonderdelen, zoals nader uitgewerkt in de beoordeling.
5. Beoordeling van het geschil
Klachtonderdeel 1 – delen van persoonsgegevens
De Commissie acht voldoende aannemelijk dat A toestemming heeft gegeven om informatie te delen met de RvdK. De inhoud van de gedeelde informatie was procesmatig van aard.
De Commissie is van oordeel dat B niet onrechtmatig heeft gehandeld ten aanzien van de inhoud van de informatie, maar wel in strijd met de gemaakte afspraken door deze informatie telefonisch te delen.
Dit klachtonderdeel is gedeeltelijk gegrond.
Klachtonderdeel 2 – klachtenprocedure en beëindiging consultatietraject
De Commissie stelt vast dat zowel de klachtenregeling als de wijze van klachtafhandeling niet voldoet aan de eisen van de Wkkgz.
Daarnaast acht de Commissie het stopzetten en beëindigen van het consultatietraject onvoldoende zorgvuldig en niet gerechtvaardigd.
Dit klachtonderdeel is gegrond.
Schadevergoeding
De Commissie acht het causaal verband tussen het handelen van B en de gestelde schade onvoldoende aangetoond.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
6. Beslissing
De Geschilleninstantie Zorggeschil acht:
- klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond;
- klachtonderdeel 2 gegrond.
Het verzoek om toekenning van een schadevergoeding wordt afgewezen.
Omdat de klacht (gedeeltelijk) gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde het door A betaalde klachtengeld ad € 50 te vergoeden, te betalen binnen 7 dagen na de datum van deze uitspraak.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 21 mei 2019
de Voorzitter
de heer mr. W.H. Morselt
Download PDF: Uitspraak 18.005
