Uitspraak 18.007

Geschilnummer: 18.007

Uitspraak 18.007

Datum uitspraak
19 april 2019
Zorgsector
Wlz (ADL-assistentie / langdurige zorg)
Oordeel
Klacht gegrond
Schadevergoeding
Nee (wel vergoeding van klachtengeld)

Partijen

A, hierna te noemen ‘Klaagster’,
tegen
B, hierna te noemen “Zorgaanbieder”.


1. Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen: ….

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken.


Verloop van de procedure

  • 7 oktober 2018: ontvangst klacht;
  • 23 oktober 2018: bevestiging ontvangst klacht, start behandeling geschil;
  • 2 november 2018: stukken aan B;
  • 20 november 2018: reactie B op klacht ontvangen;
  • 29 november 2018: reactie B aan A voorgelegd;
  • 3 januari 2019: overleg Commissie;
  • 18 januari 2019: nadere vragen aan A en B gesteld;
  • 29 januari 2019: antwoord van A op nadere vragen;
  • 2 februari 2019: antwoord van B op nadere vragen;
  • 3 februari 2019: overleg Commissie; besluit tot houden hoorzitting;
  • 22 maart 2019: hoorzitting in aanwezigheid van partijen;
  • 26 maart 2019: nadere vragen aan partijen naar aanleiding van de hoorzitting;
  • 5 april 2019: reactie A ontvangen;
  • 12 april 2019: reactie B ontvangen.

2. Onderwerp van het geschil

A zou graag in aanmerking komen voor een ADL-woning. Zij heeft daartoe lang op een wachtlijst c.q. op een lijst van belangstellenden gestaan. Op het moment dat bekend werd dat er een ADL-woning zou vrijkomen is door A een aanvraag gedaan voor een ADL-woning. Deze aanvraag is door B afgewezen. Op verzoek van A heeft een heroverweging plaatsgevonden. Deze heroverweging heeft geleid tot het besluit om de afwijzing te handhaven.

A is het niet eens met dit besluit en de motivatie daarvan. Zij heeft hierover een klacht aan de Geschilleninstantie Zorggeschil voorgelegd.


Ontvankelijkheid

B is van mening dat de klacht niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat geen sprake zou zijn van een gedraging van een zorgaanbieder in het kader van de zorgverlening.

Standpunt Geschilleninstantie

De Commissie ziet geen redenen om de klacht niet-ontvankelijk te verklaren.

B heeft het standpunt ingenomen dat het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil een beperktere reikwijdte kent dan de Wkkgz, hetgeen zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid. De Commissie deelt deze mening niet. In hoofdstuk 3 Wkkgz is bindend voorgeschreven door wie en waarover klachten kunnen worden voorgelegd aan de Geschilleninstantie. Dit is bepalend voor de ontvankelijkheid.

In artikel 1 lid 1 Wkkgz is bepaald dat onder ‘cliënt’ moet worden verstaan: “een natuurlijke persoon die zorg vraagt of aan wie zorg wordt verleend”. Daarmee kan een klacht worden ingediend over “een gedraging jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening”. De Commissie merkt de reactie van B op de zorgvraag van A aan als een dergelijke gedraging.

De Commissie verwijst in dit verband naar de KNMG-richtlijn “niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst”. Hoewel de WGBO hier niet rechtstreeks van toepassing is, kent de Commissie hieraan reflexwerking toe.

Voorts wijst de Commissie erop dat B aan A een dienstverleningsovereenkomst heeft voorgelegd, die door A op 3 januari 2018 is ondertekend. Ook dit wijst erop dat de zorgvraag van A in behandeling was genomen.


3. Standpunt A

A is van mening dat B ten onrechte heeft besloten haar niet in aanmerking te laten komen voor een ADL-woning. Met de door B aangegeven redenen voor de afwijzing is zij het niet eens. A verzoekt de Commissie om B terug te laten komen op haar besluit.


4. Standpunt B

B stelt zich op het standpunt dat zij op goede gronden heeft besloten de aanvraag van A af te wijzen. Zij voert onder meer aan dat A niet voldoet aan de indicatiecriteria voor ADL-assistentie, zoals opgenomen in de Beleidsregels indicatiestelling voor de subsidieregeling ADL-assistentie.

B is van mening dat A onvoldoende zelfredzaam is en beter af is in een meer beschermde omgeving.


5. Beoordeling van het geschil

De Commissie is van oordeel dat B in intentie zorgvuldig heeft gehandeld, maar niet conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

Op grond van de Wet langdurige zorg en het Besluit langdurige zorg is het CIZ exclusief bevoegd om te beoordelen of een verzekerde in aanmerking komt voor ADL-assistentie. B heeft zelfstandig beoordeeld of A voldeed aan de indicatiecriteria, zonder een indicatiestelling bij het CIZ aan te vragen of A daarop te wijzen.

De Commissie acht het niet aannemelijk dat de afwijzing van B kan worden beschouwd als een advies aan het CIZ. Indien dit wel zo zou zijn geweest, had B A hierover duidelijk moeten informeren en haar moeten wijzen op de mogelijkheid om een indicatie bij het CIZ aan te vragen.

Alles overwegende is de Commissie van oordeel dat B ten onrechte heeft besloten A niet in aanmerking te laten komen voor een ADL-woning.


6. Beslissing

De Geschilleninstantie Zorggeschil acht de klacht gegrond.

De Commissie draagt B op:

  • om A, indien zij dat wenst, weer te plaatsen op de wachtlijst c.q. belangstellendenregistratie op dezelfde positie als waarop zij stond;
  • om voor A, doch uitsluitend indien A dit wenst, een indicatie aan te vragen bij het CIZ, waarbij B zich dient te onthouden van een eigen oordeel.

Omdat de klacht gegrond is verklaard, dient B overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement het door A betaalde klachtengeld ad € 50 te vergoeden, te betalen binnen 7 dagen na de datum van deze uitspraak.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 19 april 2019

De Voorzitter
de heer mr. W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 18.007