Geschilnummer: 19.003
Uitspraak 19.003
Datum uitspraak
2 december 2019
Zorgsector
Complementaire zorg (homeopathie)
Oordeel
Klacht gedeeltelijk gegrond
Schadevergoeding
Nee (verzoek afgewezen; wel vergoeding van klachtengeld)
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klaagster’,
tegen
B, hierna te noemen “Zorgaanbieder” of “Aangeklaagde”.
1. Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing, hierna te noemen “het Reglement”. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
•
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met “de Commissie”. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken.
Het geschil is ter zitting behandeld op 19 november 2019 te Almere. Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten mondeling nader toegelicht.
- Klaagster is in persoon ter zitting verschenen, samen met haar echtgenoot;
- Aangeklaagde is in persoon verschenen.
Verloop van de procedure
- 27 februari 2019: ontvangst klacht;
- 1 maart 2019: verzoek aan Klaagster om verheldering klacht;
- 14 maart 2019: verheldering Klaagster ontvangen;
- 25 maart 2019: bevestiging ontvangst klacht, start behandeling geschil;
- 24 april 2019: ontvangst van door Klaagster getekende stukken;
- 26 april 2019: stukken aan Aangeklaagde;
- 1 mei 2019: reactie Aangeklaagde op klacht ontvangen;
- 3 mei 2019: reactie Aangeklaagde aan Klaagster gezonden;
- 4 juli 2019: intern beraad Commissie;
- 5 juli 2019: nadere vragen Commissie aan partijen;
- 8 juli 2019: antwoord Aangeklaagde op nadere vragen;
- 16 september 2019: intern beraad Commissie;
- 1 oktober 2019: verzoek Klaagster om hoorzitting;
- 18 november 2019: hoorzitting in aanwezigheid van partijen;
- 2 december 2019: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.
2. Onderwerp van het geschil
Aanleiding
Klaagster heeft Aangeklaagde geraadpleegd voor het voorschrijven van homeopathische middelen aan haar zoontje van 14 maanden, als alternatief voor inentingen. Klaagster wilde dit afgerond hebben voordat zij en haar gezin op vakantie gingen naar C.
Aangeklaagde adviseerde profylaxe voor kinderziekten, met een versneld innameschema gelet op de te korte periode voor vertrek op vakantie. Na de eerste toedieningen reageerde het kind van Klaagster zeer heftig: hij zag er volgens Klaagster opgezwollen uit, verkleurd, met een van top tot teen verdroogde huid die vervolgens is gaan barsten waarna hij helemaal vervelde. Dit leidde tot veel pijn en jeuk.
3. Standpunt Klaagster (de klacht)
Klaagster is van mening dat Aangeklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld met betrekking tot het voorschrijven van de middelen. Klaagster was volledig afhankelijk van de expertise van Aangeklaagde, die had aangegeven dat het door haar geadviseerde versnelde innameschema haalbaar was. Dit bleek niet het geval gelet op de gevolgen.
Klaagster is van mening dat Aangeklaagde eerst collegiaal overleg had moeten voeren alvorens dit schema voor te schrijven. Volgens Klaagster was het door Aangeklaagde geadviseerde versnelde schema niet geschikt voor een kind van die leeftijd. Klaagster onderbouwt dit onder meer met een brief van een door haar geraadpleegde klassiek homeopaat.
Klaagster stelt dat de onzorgvuldige handelswijze van Aangeklaagde verregaande negatieve gevolgen heeft gehad, in eerste instantie voor haar kind, maar ook voor haar en haar gezin. Zij hebben hierdoor schade geleden en verzoekt de Commissie om Aangeklaagde te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.
4. Standpunt Aangeklaagde
Tijdens het consult op 21 maart 2018 is met Klaagster besproken dat er in verband met de korte tijd tot aan de vakantie een afwijkend schema werd opgesteld. Aangeklaagde heeft een standaard schema laten zien voor profylaxe voor vaccinaties. In verband met de geplande reis en het daarbij geldende vaccinatieadvies hebben Klaagster en haar partner aangegeven voor welke ziekteverwekkers zij profylaxe wilden.
Aangeklaagde geeft aan dat bij de tweede reeks (profylaxe tegen difterie) al na de eerste inname een heftige reactie optrad. Dit was een zeer lage dosering. Zij acht het mogelijk dat de heftige reactie ook bij een ander schema had kunnen optreden. Aangeklaagde stelt dat de behandeling niet onjuist was en dat de reactie van het kind volstrekt onverwachts was.
Aangeklaagde geeft aan enorm te zijn geschrokken en dat zij deze vorm van profylaxe niet meer voorschrijft aan jonge kinderen en niet meer zoveel middelen tegelijk meegeeft.
5. Beoordeling van het geschil
De Commissie beoordeelt of Aangeklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld en maakt daarbij onderscheid tussen het versnelde innameschema en de informatievoorziening.
Het versnelde innameschema
De Commissie stelt vast dat het versnelde profylaxeschema binnen de homeopathie wordt toegepast, zij het dat de meningen hierover verdeeld zijn. Dat maakt nog niet dat het voorschrijven daarvan onzorgvuldig is.
Gelet op de naderende vakantie waren de opties:
- niet behandelen, of
- een versneld traject volgen.
Aangeklaagde heeft daarbij aangegeven dat bij een reactie contact opgenomen moest worden. Klaagster heeft pas in week 3 contact opgenomen, waarna direct is geadviseerd te stoppen.
De Commissie is van oordeel dat niet is aangetoond dat de heftige reacties het gevolg zijn van het versnelde schema en oordeelt dat Aangeklaagde niet onzorgvuldig heeft gehandeld door deze behandeling te adviseren.
De informatievoorziening
De Commissie is van oordeel dat Aangeklaagde Klaagster had moeten informeren dat:
- zij geen ervaring had met het versnelde schema, en
- de meningen hierover binnen de homeopathie verdeeld zijn.
Omdat deze informatie niet is verstrekt, is Aangeklaagde tekortgeschoten in haar informatievoorziening.
Schadevergoeding
Hoewel vaststaat dat Klaagster schade heeft geleden, is een causaal verband tussen de schade en de tekortkoming in de informatievoorziening niet aangetoond of aannemelijk gemaakt. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen.
Oordeel:
De Commissie is van oordeel dat Aangeklaagde op één onderdeel tekort is geschoten in haar informatievoorziening richting Klaagster, maar verder niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de versnelde behandeling te adviseren.
6. Beslissing
De Commissie acht de klacht gedeeltelijk gegrond.
Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement het door Klaagster betaalde klachtengeld ad € 50 te vergoeden, te betalen binnen 7 dagen nadat zij door Klaagster in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 2 december 2019
w.g. de Voorzitter
mr. W.H. Morselt
Download PDF: Uitspraak 19.003
