Uitspraak 19.009

Geschilnummer: 19.009

Uitspraak 19.009

Datum uitspraak
1 juli 2020
Zorgsector
Complementaire zorg (chiropractie)
Oordeel
Klachtonderdeel a ongegrond
Klachtonderdeel b gegrond
Schadevergoeding
Nee (verzoek afgewezen; wel vergoeding van klachtengeld)

Partijen

A, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
B, hierna te noemen “Aangeklaagde” of “Zorgaanbieder”, vertegenwoordigd door C.


1. Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
•

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.


Verloop van de procedure

  • 16 december 2019: ontvangst klacht;
  • 18 december 2019: bevestiging ontvangst klacht, start behandeling geschil;
  • 27 december 2019: stukken aan Aangeklaagde;
  • 27 januari 2020: reactie Aangeklaagde op klacht ontvangen;
  • 7 februari 2020: overleg van de Commissie; aan partijen worden nadere vragen gesteld en wordt besloten een hoorzitting te houden;
  • 12 februari 2020: antwoord Klager op nadere vragen Commissie;
  • 20 februari 2020: antwoord Aangeklaagde op nadere vragen Commissie;
  • 19 maart 2020: hoorzitting gepland, door Covid-19 wordt deze hoorzitting verplaatst naar 11 juni 2020;
  • 11 juni 2020: hoorzitting in aanwezigheid van Klager en Aangeklaagde;
  • 1 juli 2020: uitspraak Commissie verzonden aan partijen.

2. Onderwerp van het geschil

Aanleiding

Klager is vanaf juni 2018 onder behandeling bij Aangeklaagde. In de zomer van 2018 heeft Klager na een behandeling veel pijn. In september wordt middels MRI een hernia geconstateerd. Dit was voor Klager de derde hernia.

Klager is het niet eens met de handelwijze van Aangeklaagde en heeft hierover een klacht ingediend bij Aangeklaagde, tezamen met een vordering tot schadevergoeding. Omdat Klager het niet eens is met de afhandeling van de klacht heeft hij de klacht voorgelegd aan de Geschilleninstantie Zorggeschil.


3. Standpunt Klager

Onderstaand zijn de standpunten van Klager, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.

a. Kwaliteit van de zorgverlening

Klager verwijt Aangeklaagde dat hij, in de wetenschap dat Klager al twee keer aan een hernia was geopereerd, toch op deze wijze is gaan behandelen met het desastreuze resultaat van weer een hernia.

In de zomer van 2018, na een eerste lichte verbetering, ging het na tien weken gruwelijk mis. Er was sprake van hevige pijn, uitval in het linkerbeen en ernstige loopbeperkingen. De huisarts schreef pijnmedicatie voor. Op 5 september 2018 heeft Klager een MRI laten maken waarop een hernia werd vastgesteld. Aangeklaagde heeft de MRI gezien en wilde niet verder behandelen alvorens de mening van de neuroloog en neurochirurg te vernemen.

Volgens Klager zouden huisarts, neuroloog en neurochirurg hebben aangegeven dat de hernia geforceerd moest zijn door de manipulaties van Aangeklaagde en zouden zij verdere manuele behandeling hebben ontraden.

Klager vordert een schadevergoeding van € 10.000 voor materiële schade en € 10.000 voor immateriële schade.

b. De klachtenbehandeling

Klager stelt dat hij een klacht en een vordering tot schadevergoeding bij Aangeklaagde heeft ingediend, maar dat hierop niet is gereageerd en dat ook door de aansprakelijkheidsverzekeraar D niet adequaat is gehandeld.


4. Standpunt Aangeklaagde

a. Kwaliteit van de zorgverlening

Aangeklaagde voert aan dat het chiropractisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, inclusief aanvullende scans. Op basis hiervan is een behandelplan opgesteld dat met Klager is besproken, waarna Klager met de behandeling heeft ingestemd. De behandelingen zijn volgens Aangeklaagde zorgvuldig uitgevoerd.

Op de hoorzitting heeft Aangeklaagde aangegeven dat de behandelingen niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd, maar dat hij van mening is dat hij niet onjuist heeft gehandeld en geen garanties kan geven over het resultaat.

b. De klachtenbehandeling

Aangeklaagde stelt dat de klacht in behandeling is genomen en dat deze is behandeld via de klachtenfunctionaris van de beroepsvereniging E en de verzekeraar D.


5. Beoordeling van het geschil

a. Kwaliteit van de zorgverlening

De Commissie stelt vast dat de bewijslast bij Klager ligt. De Commissie kan slechts oordelen op basis van de beschikbare stukken. Hoewel een causaal verband tussen de behandelingen en de hernia niet volledig kan worden uitgesloten, is dit verband niet met voldoende zekerheid aangetoond.

Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat Aangeklaagde vakinhoudelijk onjuist heeft gehandeld. De Commissie verklaart dit klachtonderdeel ongegrond.

b. Klachtenbehandeling

De Commissie stelt vast dat Aangeklaagde niet heeft voldaan aan de eisen van de Wkkgz. Er is geen schriftelijk oordeel gegeven binnen de wettelijke termijn en de klachtenregeling is niet correct gevolgd.

De verplichtingen uit de Wkkgz rusten op de zorgaanbieder zelf en kunnen niet worden afgewenteld op een klachtenfunctionaris of verzekeraar.

De Commissie verklaart dit klachtonderdeel gegrond.

Schadevergoeding

Hoewel Aangeklaagde ten aanzien van de klachtenbehandeling onrechtmatig heeft gehandeld, is niet aannemelijk geworden dat Klager hierdoor schade heeft geleden. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.


6. Beslissing

De Commissie acht:

  • klachtonderdeel a ongegrond;
  • klachtonderdeel b gegrond.

De Commissie wijst het verzoek om een schadevergoeding af.

Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil het door Klager betaalde klachtengeld ad € 50 te vergoeden, te betalen binnen 7 dagen nadat zij in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 1 juli 2020

de Voorzitter
mr. W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 19.009