Uitspraak 19.010

Geschilnummer: 19.010

Uitspraak 19.010

Datum uitspraak
17 juni 2020
Zorgsector
Jeugdwet (kindercoaching)
Oordeel
Klachtonderdeel 2 ongegrond
Klachtonderdelen 1, 3 en 4 gegrond
Schadevergoeding
Ja (€ 1,00 + vergoeding klachtengeld)

Partijen

A, hierna te noemen ‘Klager’, vertegenwoordigd door B, advocaat,
tegen
C, hierna te noemen “Aangeklaagde” of “Zorgaanbieder”, vertegenwoordigd door D, advocaat, en E.


1. Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken, waaronder een kopie van het patiëntendossier.

Het geschil is ter zitting behandeld op 28 mei 2020 te Almere. Beide partijen zijn ter zitting verschenen en hebben hun standpunten nader toegelicht.

  • Klager is in persoon ter zitting verschenen, vergezeld door B;
  • Aangeklaagde is in persoon ter zitting verschenen, vergezeld door D en E. Zij hebben middels een videoverbinding deelgenomen aan de hoorzitting.

Procedureel

Het geschil betreft het handelen van een kindercoach onder de Jeugdwet. De Jeugdwet kent voor de behandeling van klachten een procedure waarbij een onafhankelijke Klachtencommissie een oordeel geeft over de gegrondheid van de klacht, al dan niet vergezeld van aanbevelingen.

Aangeklaagde was ten tijde van de indiening van de klacht niet aangesloten bij een Klachtencommissie conform de Jeugdwet, maar wel bij de Geschilleninstantie Zorggeschil. In overleg met beide partijen is besloten dat de Geschilleninstantie Zorggeschil deze klacht als een geschil zal behandelen conform haar reglement, inclusief de mogelijkheid om een schadevergoeding toe te kennen. Dit houdt tevens in dat de uitspraak de kracht heeft van een bindend advies. Partijen hebben verklaard de uitspraak als bindend te aanvaarden.


Verloop van de procedure

  • 24 november 2019: ontvangst klacht;
  • november 2019: overleg met Zorgaanbieder over behandeling geschil;
  • 18 december 2019: bevestiging ontvangst klacht, start behandeling geschil;
  • 27 december 2019: stukken aan Aangeklaagde;
  • 22 januari 2020: reactie Aangeklaagde op klacht ontvangen;
  • 6 maart 2020: overleg binnen de Commissie;
  • 24 maart 2020: hoorzitting gepland, door Covid-19 uitgesteld;
  • 28 mei 2020: hoorzitting in aanwezigheid van Partijen;
  • 17 juni 2020: uitspraak aan partijen verzonden.

2. Onderwerp van het geschil

Klager is vader van dochter F, thans 14 jaar oud. Beide ouders hebben het ouderlijk gezag. In 2007 is Klager gescheiden van de moeder en sindsdien is er veel echtscheidingsstrijd.

Sinds 2016 is de omgang met de dochter dusdanig geregeld dat zij eens in de twee weken van dinsdag tot maandag bij Klager is. Daarnaast zijn er twee skype-momenten met de dochter gedurende de periode dat de dochter bij de moeder is.

Bij e-mail van 18 juni 2019 heeft de moeder verzocht om toestemming te verlenen voor een coachingstraject voor de dochter om beter te leren omgaan met leeftijdsgenootjes, vrienden te maken en beter om te gaan met pesterijen. Klager is daarmee akkoord gegaan.

Gaandeweg het traject kreeg Klager de indruk dat er zaken niet klopten c.q. niet juist waren verlopen, hetgeen hij kenbaar maakte aan Aangeklaagde. Op 13 oktober 2019 heeft Aangeklaagde het coachingstraject beëindigd. Aangeklaagde heeft van het traject een verslag gemaakt en gestuurd aan de ouders. Daarnaast heeft Aangeklaagde een verslag gestuurd aan de huisarts.

Klager is het niet eens met de handelwijze van Aangeklaagde en heeft hierover een klacht ingediend.


3. Chronologisch resumé van feiten

(volgt letterlijk en ongewijzigd zoals opgenomen in de pdf, inclusief data, correspondentie en gespreksverslagen)


4. Standpunt Klager

Klager maakt Aangeklaagde onder meer de volgende verwijten:

  • het starten van een coachingstraject onder valse voorwendselen;
  • het onvoldoende betrekken van Klager bij het traject;
  • niet transparant en onprofessioneel handelen;
  • handelen in strijd met de gedragscode van Adiona;
  • het zonder toestemming verstrekken van een afwijkende eindrapportage aan de huisarts.

Klager verzoekt de Commissie Aangeklaagde te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding.


5. Standpunt Aangeklaagde

Aangeklaagde stelt dat zij transparant heeft gehandeld, het belang van de cliënte centraal heeft gesteld en dat zij geen valse voorwendselen heeft gebruikt. Zij betwist onzorgvuldig of onprofessioneel handelen.


6. Beoordeling van het geschil

Algemeen

De Commissie stelt vast dat de slechte communicatie tussen de ouders mede van invloed is geweest op het verloop van het traject, maar dat Aangeklaagde verantwoordelijk blijft voor haar eigen handelen.

Klachtonderdeel 1 – onvoldoende betrekken van Klager

De Commissie is van oordeel dat Aangeklaagde Klager onvoldoende heeft betrokken bij het traject en daarmee heeft miskend dat beide ouders het ouderlijk gezag hebben.

Oordeel: gegrond.

Klachtonderdeel 2 – coachingstraject onder valse voorwendselen

De Commissie heeft geen aanwijzingen gevonden dat Aangeklaagde onder valse voorwendselen het traject is gestart.

Oordeel: ongegrond.

Klachtonderdeel 3 – onprofessioneel handelen

De Commissie acht het handelen van Aangeklaagde op meerdere punten in strijd met de geldende gedragscode en acht dit klachtonderdeel gegrond.

Oordeel: gegrond.

Klachtonderdeel 4 – eindrapportage aan de huisarts

De Commissie is van oordeel dat Aangeklaagde zonder toestemming van Klager een afwijkende eindrapportage aan de huisarts heeft gestuurd en daarmee in strijd heeft gehandeld met de AVG en haar beroepsgeheim.

Oordeel: gegrond.

Schadevergoeding

Nu Klager zijn vordering heeft beperkt tot € 1,00, kent de Commissie deze schadevergoeding toe.


7. Beslissing

De Commissie acht:

  • klachtonderdeel 1 gegrond;
  • klachtonderdeel 2 ongegrond;
  • klachtonderdeel 3 gegrond;
  • klachtonderdeel 4 gegrond.

De Commissie veroordeelt Aangeklaagde tot betaling aan Klager van:

  • een schadevergoeding van € 1,00;
  • vergoeding van het klachtengeld ad € 50.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 17 juni 2020

de Voorzitter
mr. W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 19.010