Geschilnummer: 20.001
Uitspraak 20.001
Datum uitspraak
2 juni 2020
Zorgsector
Tweedelijnszorg (GGZ / psychiatrische behandeling)
Oordeel
De Commissie acht de klacht op al haar onderdelen ongegrond
Schadevergoeding
Nee (verzoek afgewezen)
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
B, vertegenwoordigd door C, hierna te noemen “Aangeklaagde” of “Zorgaanbieder”.
1. Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
•
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken, waaronder een kopie van het patiëntendossier. Partijen hebben aangegeven geen behoefte te hebben aan een hoorzitting. Omdat ook de Commissie hier geen behoefte aan had, heeft geen hoorzitting plaatsgevonden.
Verloop van de procedure
- 10 januari 2020: ontvangst klacht;
- 14 januari 2020: bevestiging ontvangst klacht, start behandeling geschil;
- 22 januari 2020: stukken aan Aangeklaagde;
- 20 februari 2020: reactie Aangeklaagde op klacht ontvangen;
- 11 maart 2020: overleg binnen de Commissie;
- 12 maart 2020: nadere schriftelijke vragen van de Commissie aan Klager en Aangeklaagde, waaronder de vraag of een partij een hoorzitting wenst;
- 12 maart 2020: antwoord van Klager op nadere vragen, Klager wenst geen hoorzitting;
- 23 maart 2020: antwoord Aangeklaagde op nadere vragen. Op verzoek van de Commissie is een kopie van het patiëntendossier overgelegd. Aangeklaagde wenst geen hoorzitting;
- 5 mei 2020: overleg binnen de Commissie;
- 2 juni 2020: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.
2. Onderwerp van het geschil
Aanleiding
Sinds juni 2019 is Klager onder behandeling bij zorgaanbieder. Naast de zorg voor medicatie heeft zorgaanbieder ook een traject voor cognitieve therapie opgestart. De cognitieve therapie liep niet goed. Op 19 september 2019 is in overleg besloten de cognitieve gedragstherapie te beëindigen.
De klachten hebben betrekking op de zorgverlening met betrekking tot de medicatie. Wijzigingen in medicatie en doseringen hebben volgens Klager verschillende lichamelijke en geestelijke klachten veroorzaakt. Het heeft vele weken geduurd voordat Klager van zijn klachten af was. Klager vindt de handelwijze van zorgaanbieder dusdanig slecht dat hij een schadevergoeding vraagt.
3. Standpunt Klager
De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat – kort samengevat – uit de navolgende klachtonderdelen:
Klachtonderdeel 1. Zorginhoudelijke klacht
- onvoldoende monitoring op medicatie;
- onvoldoende expertise op gebied van medicatie.
Klager geeft aan dat er al snel wijzigingen zijn aangebracht in medicatie en dat hij zelf de vrijheid kreeg om doseringen te bepalen. Er werd niet voldoende gemonitord op het gebruik van de medicatie. Er is geen bloedonderzoek geïnitieerd en er werd niet gekeken in hoeverre hart, lever en nieren de middelen wel aankonden.
Klager verwijt Aangeklaagde onvoldoende oog te hebben gehad voor de klachten die hij ondervond bij het gebruik van de verschillende voorgeschreven medicijnen. Bij elke medicatie is hij onvoldoende voorgelicht door Aangeklaagde, niet over wat hij van een medicijn kan verwachten en niet wat hij kan doen als het fout gaat. Aangeklaagde is onvoldoende bekend met bijwerkingen van medicatie. Er was sprake van een overdosering van Elvanse.
Volgens Klager doet Aangeklaagde uitspraken over medicatie die niet kloppen. Klager verwijst hier naar onder andere een mail van een apotheek die hij om advies heeft gevraagd en die aangeeft dat de voorgeschreven doseringen hoog of te hoog zijn en die Klager adviseert medicatie te wijzigen.
Klager stelt dat met gebruik van Lexapro zijn klachten extreme vormen aannamen. Hij heeft toen midden in de nacht een e-mail naar Aangeklaagde gestuurd dat hij wilde stoppen met alle middelen. Hij ziet dit als een noodkreet. Hij heeft zelfs verzocht om telefonisch contact op te nemen over de afbouw van de middelen.
Klachtonderdeel 2. Onvoldoende gemonitord door psychiater
Klager verwijt Aangeklaagde dat onvoldoende monitoring heeft plaatsgevonden door de psychiater. Klager heeft de psychiater enkel gezien bij de intake.
Klachtonderdeel 3. Zorgaanbieder komt gemaakte afspraken onvoldoende na
Dit klachtonderdeel wordt niet onderbouwd, anders dan een zin in de klachtbrief dat gemaakte afspraken regelmatig door Aangeklaagde werden vergeten.
Klachtonderdeel 4. Onvoldoende bereikbaarheid voor (nood)situaties
Na een overdosering Elvanse kon Klager Aangeklaagde niet 1-2-3 bereiken.
Klachtonderdeel 5. Klager is onacceptabel bejegend door zijn behandelaar
Klager verwijst daartoe naar een e-mail van zijn behandelaar die volgens hem echt niet door de beugel kan, alsmede naar een telefoongesprek. Klager heeft een opname van het telefoongesprek gemaakt en deze overgelegd aan de Commissie. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij het aan de Commissie over wenst te laten in hoeverre deze hier gebruik van wil maken.
In het telefoongesprek zou Aangeklaagde Klager hebben willen afhouden van het voeren van een rechtszaak door te benadrukken dat dit hem geld gaat kosten bij verlies, alsmede dat Klager het zou verliezen in de rechtbank.
Schadevergoeding
Klager verzoekt de Commissie om Aangeklaagde te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding, onder meer ter vergoeding van de gemaakte kosten voor fysio/massages/haptonomie en het mentale/fysieke leed dat hem en het gezin is aangedaan. Hij denkt aan een bedrag tussen € 5.000 en € 10.000.
4. Standpunt Aangeklaagde
Klachtonderdeel 1. Zorginhoudelijke klacht
Aangeklaagde stelt dat het met de dexamfetamine vooral zoeken is geweest naar de juiste dosering en een passende innamefrequentie. Het bijstellen van dosering en innamefrequentie is nu precies de crux bij het instellen op een amfetamine. De vrijheid die Klager had om zelf de doseringen te bepalen is relatief. Het moet wel binnen de gebruikelijke en veilige doseringen blijven en in overleg gebeuren.
Aangeklaagde stelt bekend te zijn met de (schier eindeloze) lijst van mogelijke bijwerkingen van medicatie, zowel bij het instellen als bij het staken. Aangeklaagde stelt dat zij standaard aan patiënten informatie geeft over de werkingen en bijwerkingen van medicatie.
Er is wel gemonitord. Werking en bijwerkingen van Sertraline, Lexapro en Bupropion werden bij elk contact uitgevraagd. De pijn in het lichaam bestond ook al voor het wisselen van medicatie. Aangeklaagde stelt dat er geen noodzaak is om uitgebreid lichamelijk onderzoek te doen bij het instellen op een SSRI of Bupropion.
Volgens Aangeklaagde is het omzetten van medicatie netjes gedaan volgens de gebruikelijke protocollen en richtlijnen.
Aangeklaagde stelt dat Klager op eigen initiatief abrupt is gestopt met gebruik van alle middelen. Het bloedbeeld was niet afwijkend en van een overdosering is geen sprake geweest.
Klachtonderdeel 2. Onvoldoende gemonitord door psychiater
Op dit klachtonderdeel is door Aangeklaagde niet inhoudelijk gereageerd.
Klachtonderdeel 3. Zorgaanbieder komt gemaakte afspraken onvoldoende na
Op dit klachtonderdeel is door Aangeklaagde niet inhoudelijk gereageerd.
Klachtonderdeel 4. Onvoldoende bereikbaarheid voor (nood)situaties
Aangeklaagde stelt geen 24/7 bereikbaarheid of crisisdienst te hebben. In haar algemene voorwaarden wordt dit nadrukkelijk genoemd.
Klachtonderdeel 5. Klager is onacceptabel bejegend door zijn behandelaar
Aangeklaagde stelt dat het telefoongesprek is opgenomen zonder toestemming en vraagt zich af of dit wettelijk is toegestaan. Aangeklaagde geeft aan dat zij Klager niet bang heeft willen maken, maar hem er op heeft willen wijzen dat het indienen van een officiële klacht ook zou kunnen leiden tot extra kosten aan zijn kant.
Schadevergoeding
Aangeklaagde stelt niet gehouden te zijn tot vergoeding van enige schade.
5. Beoordeling van het geschil
Algemeen
De Commissie is bij haar uitspraak gebonden aan de in Nederland geldende regels van bewijsrecht. Indien een stelling gemotiveerd wordt betwist, kan deze slechts worden gevolgd indien zij is aangetoond of voldoende aannemelijk is gemaakt.
Klachtonderdeel 1
De Commissie acht niet bewezen of aannemelijk dat Aangeklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld. Het klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.
Klachtonderdeel 2
De Commissie acht dit klachtonderdeel ongegrond.
Klachtonderdeel 3
De Commissie acht dit klachtonderdeel ongegrond.
Klachtonderdeel 4
De Commissie acht dit klachtonderdeel ongegrond.
Klachtonderdeel 5
De Commissie acht dit klachtonderdeel ongegrond.
Schadevergoeding
De Commissie wijst het verzoek om toekenning van een schadevergoeding af.
Voorstel uit coulance
De Commissie stelt vast dat het door Aangeklaagde gedane aanbod uit coulance nog niet is ingetrokken en veroordeelt Aangeklaagde om dit aanbod nog 30 dagen gestand te doen.
6. Beslissing
De Commissie acht de klacht op al haar onderdelen ongegrond.
De Commissie wijst het verzoek om een schadevergoeding toe te kennen af.
De Commissie veroordeelt Aangeklaagde om zijn aanbod nog minimaal 30 dagen na de datum van de uitspraak gestand te doen.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 2 juni 2020
de Voorzitter
mr. W.H. Morselt
Download PDF: Uitspraak 20.001
