Uitspraak 20.005

Geschilnummer: 20.005

Uitspraak 20.005

Datum uitspraak
24 november 2020
Zorgsector
Complementaire zorg / eerstelijns (alternatieve geneeswijze)
Oordeel
Klachtonderdeel 1: gegrond
Klachtonderdeel 2: ongegrond
Schadevergoeding
Ja – klachtengeld (€ 50,-) moet worden vergoed aan klagers

Partijen

A, namens de nabestaanden van B (hierna te noemen ‘Cliënte’),
hierna te noemen ‘Klagers’,
tegen
C, vertegenwoordigd door haar vennoten,
hierna te noemen “Aangeklaagde” of ‘Zorgaanbieder’.


1. Behandeling van het geschil

Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschilleninstantie Zorggeschil (verder te noemen: de Geschilleninstantie) te laten beslechten.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing. Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door Partijen overgelegde stukken, waaronder een kopie van het patiëntendossier.


Verloop van de procedure

  • 25 augustus 2020: ontvangst klacht;
  • 1 september 2020: bevestiging ontvangst klacht, start behandeling geschil;
  • 14 september 2020: stukken aan Aangeklaagde;
  • 12 oktober 2020: reactie Aangeklaagde op klacht ontvangen;
  • 26 oktober 2020: overleg van de Commissie;
  • 27 oktober 2020: schriftelijke vragen aan Partijen, opvragen patiëntendossier;
  • 27 oktober 2020: antwoord van Klagers en Aangeklaagde op nadere vragen;
  • 27 oktober 2020: desgevraagd geven partijen aan geen hoorzitting te wensen;
  • 10 november 2020: overleg Commissie;
  • 24 november 2020: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.

2. Onderwerp van het geschil

Aanleiding

B was cliënt van Aangeklaagde sinds 9 december 2011. Zij heeft de praktijk benaderd met klachten van de ziekte van Lyme en heeft daarvoor behandelingen gekregen. Cliënte is op 14 mei 2020 overleden aan de gevolgen van longkanker.

Klagers hebben op 7 juli 2020 een klachtbrief aan Aangeklaagde gezonden. Bij brief van 12 augustus 2020 heeft Aangeklaagde gereageerd, zonder inhoudelijk in te gaan op de klachten. Vervolgens hebben Klagers hun klacht voorgelegd aan de Geschilleninstantie.


3. Standpunt Klagers

Uit hetgeen door Klagers is geschreven (in klachtenformulier e-mail van 25 augustus 2020, de bijgevoegde brief aan de Geschilleninstantie en de oorspronkelijke klachtbrief van 7 juli 2020) is het lastig om duidelijk aan te geven uit welke klachtonderdelen de klacht bestaat. De Commissie heeft zelf een indeling gemaakt.

De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat – kort samengevat – uit de navolgende klachtonderdelen:

Klachtonderdeel 1. Ten aanzien van handelen jegens Klagers

Klagers hebben bij Aangeklaagde het cliëntendossier opgevraagd. Het dossier dat zij hebben ontvangen is volgens Klagers niet het volledige dossier.

Bij brief van 7 juli 2020 hebben Klagers aan Aangeklaagde een aantal concrete vragen en klachten voorgelegd, waar door Aangeklaagde niet, althans volstrekt onvoldoende, op is gereageerd.

Klachtonderdeel 2. Ten aanzien van de zorgverlening aan Cliënte

(afhouden reguliere medische zorg)

Aangeklaagde heeft Cliënte niet tijdig doorverwezen naar reguliere medische zorg c.q. heeft Cliënte afgehouden van het inroepen van reguliere medische zorg. Zij hadden eerder aan de bel moeten trekken bij Klagers als gezin of bij andere experts (diëtisten, psychologen, collega-alternatieve geneesheren, specialisten, huisartsen).

(doorgaan met behandelingen die geen resultaat hebben / pappen en nathouden)

Waarom heeft Aangeklaagde niet aangegeven dat zij ook geen progressie boekte en toegegeven dat het behandelplan niet werkte? Zorgaanbieder heeft nooit een verbetering behaald ondanks tientallen behandelingen. Zodoende bleven behandelingen en supplementen komen en werd Cliënte regelmatig ingezet als testobject voor nieuwe methoden en apparaten die zorgaanbieder had ingekocht.

Aangeklaagde verkocht aan Cliënte supplementen van een fabrikant op basis van testen van dezelfde fabrikant.


4. Standpunt Aangeklaagde

Onderstaand zijn de standpunten van Aangeklaagde, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.

Cliënte kwam in december 2011 in de praktijk met een hulpvraag gericht op het ondersteunen van haar klachten van Lyme. Zij had fysieke klachten zoals vermeld in haar dossier en kwam bijna elke vier weken voor een betaald consult. Tussendoor kwam zij wekelijks vrijwillig naar de praktijk voor additionele ondersteuning met Monocrom lichttherapie, waaraan geen kosten waren verbonden.

Als onderdeel van de therapie werden onder andere Aquera geluidsbalansen ingezet. Aquera geluidstherapie is onderdeel van de “Resonance Immunotherapy PLR Aquera” therapie.

Ten aanzien van de duur van de behandelingen wijst Aangeklaagde erop dat de ziekte van Lyme een systemische ziekte is die langdurige ondersteuning kan vereisen.

Aangeklaagde bestrijdt gemotiveerd dat zij Cliënte heeft afgehouden van reguliere medische zorg en wijst op het zelfbeschikkingsrecht van Cliënte.

Cliënte heeft duidelijk aangegeven dat zij niet wilde dat haar man en kinderen inzage kregen in haar zorgdossier.

Aangeklaagde bestrijdt dat Cliënte is misbruikt als testpersoon; deelname aan nieuwe therapieën was vrijwillig en voorzien van informatie.


5. Beoordeling van het geschil

– Inleiding –

De Commissie beoordeelt de klacht ruimhartig in het voordeel van de Klager. Indien een stelling gemotiveerd wordt betwist, rust de bewijslast op degene die de stelling inneemt.

– Beoordeling –

Klachtonderdeel 1. Handelen jegens Klagers

De Commissie heeft het volledige cliëntendossier opgevraagd en vastgesteld dat Klagers hierover beschikten.

Ten aanzien van de klacht over het niet reageren op de klachtbrief stelt de Commissie vast dat Aangeklaagde niet heeft voldaan aan haar verplichtingen op grond van artikel 16 en 17 Wkkgz. Er is geen zorgvuldig onderzoek verricht en geen gemotiveerd oordeel gegeven.

Oordeel: de Commissie acht klachtonderdeel 1 gegrond.

Klachtonderdeel 2. Zorgverlening aan Cliënte

De Commissie stelt vast dat Klagers niet hebben aangetoond of aannemelijk gemaakt dat Aangeklaagde Cliënte heeft afgehouden van reguliere medische zorg.

Ook is niet aangetoond dat sprake is geweest van bedrog, misleiding of onjuist handelen door Aangeklaagde ten aanzien van het voortzetten van behandelingen.

Oordeel: de Commissie acht klachtonderdeel 2 ongegrond.

– Overwegingen ten overvloede –

De Commissie merkt onder meer op dat voor het delen van patiëntgegevens uitdrukkelijke schriftelijke toestemming vereist is op grond van de AVG en de Wgbo, en dat Aangeklaagde hier zorgvuldiger mee had moeten omgaan.


6. Beslissing

De Commissie acht klachtonderdeel 1 gegrond en klachtonderdeel 2 ongegrond.

Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil het door Klagers betaalde klachtengeld ad € 50 te vergoeden, te betalen binnen 7 dagen nadat zij in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 24 november 2020

de Voorzitter
mr. W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 20.005