Geschilnummer 21.006
Uitspraak 21.006
Datum uitspraak
19 november 2021
Zorgsector
GGZ / Woonzorg (begeleid wonen)
Oordeel
Alle klachtonderdelen: ongegrond
Schadevergoeding
Afgewezen
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
B, ingeschreven in het handelsregister, vertegenwoordigd door C, directeur,
hierna te noemen ‘Aangeklaagde’ of ‘Zorgaanbieder’.
1. Behandeling van het geschil
B is als zorgaanbieder aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Het geschil is ter hoorzitting behandeld op 6 oktober 2021 middels een videoverbinding.
Klager is in persoon verschenen, vergezeld van diens mentor D.
Namens Aangeklaagde zijn verschenen C (directeur), E (Kwaliteit en Beleid) en F (Zorglocatie coördinator).
Verloop van de procedure
- 9 juni 2021: ontvangst klacht;
- 25 juni 2021: ontvangst machtigingen en klachtengeld, startdatum behandeling klacht;
- 29 juni 2021: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 30 juli 2021: ontvangst reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 1 september 2021: intern beraad Commissie; plannen hoorzitting;
- 6 oktober 2021: hoorzitting;
- 7 oktober 2021: Klager krijgt gelegenheid zijn schadeclaim te onderbouwen;
- 9 oktober 2021: ontvangst van de stukken van Klager;
- 17 oktober 2021: reactie van Zorgaanbieder op claim/stukken van Klager;
- 19 november 2021: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.
2. Onderwerp van het geschil
Klager heeft van 2016 tot eind 2020 zorg ontvangen van Zorgaanbieder in verband met zijn hulpvraag in relatie tot zijn cannabisgebruik. Klager woonde in een woning van Zorgaanbieder.
Klager is in meerdere opzichten ontevreden over de aan hem verleende zorg. Hij heeft hierover contact opgenomen met de klachtenfunctionaris, waarna een bemiddelingsgesprek heeft plaatsgevonden dat niet het door Klager gewenste resultaat heeft opgeleverd.
Klager heeft bij brief van 4 december 2020 een klacht ingediend bij Zorgaanbieder. Deze heeft hier bij brief van 13 januari 2021 op gereageerd. Klager is het niet eens met de wijze waarop zijn klacht is afgehandeld en heeft een klacht ingediend bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
3. Standpunt Klager
De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat uit een hoofdklacht, met nog enkele specifieke klachten uitgelicht. De standpunten van Klager zijn onderstaand – kort samengevat – weergegeven.
De hoofdklacht betreft de wijze waarop de zorgverlening is verlopen en hoe daarbij met Klager is omgegaan. Zoals Klager zelf aangeeft:
“Alles moest op de manier zoals Zorgaanbieder het voorschrijft, mijn kant van het verhaal werd onvoldoende gehoord en er werd aantoonbaar niets met mijn voorstellen gedaan. Zorgaanbieder stelde de voorwaarden en ik had mij daar aan te houden, anders dreigde Zorgaanbieder mij geen hulp meer bieden of de zorg te beëindigen. Daardoor voelde ik mij vaak machteloos en dit maakte me extra depressief. Deze aanpak vind ik ontoelaatbaar. Zorgaanbieder heeft een zorgplicht voor haar cliënten en wordt geacht de doelen samen met cliënten op te stellen. Als een voorgesteld plan niet werkt of doelen niet realistisch zijn, dient een goede zorgverlener samen met de cliënt naar passende alternatieven te zoeken.”
Klager stelt dat de zorgplannen onder druk zijn getekend. Meerdere keren is aan hem te verstaan gegeven dat, als hij de zorgplannen niet zou tekenen, Zorgaanbieder geen zorg zou verlenen en hij er niet kon blijven wonen. Dat Klager de zorgplannen heeft ondertekend betekent volgens hem niet in alle gevallen dat hij het eens was met de inhoud.
Klager stelt dat de begeleiding niet gericht was op zijn behoefte maar vanuit macht was gedreven. Als voorbeeld geeft Klager aan twee keer een langdurige time-out te hebben gekregen.
Klager stelt ten aanzien van het cannabisgebruik dat Zorgaanbieder niet heeft gekeken waar zijn hulpvraag lag en waarom niet is overwogen om de vraag bij Iris-zorg neer te leggen.
Klager is het niet eens met de beslissing van Zorgaanbieder dat hij zijn kat niet in huis mocht nemen en verzorgen.
Schadevergoeding
Klager heeft tijdens de hoorzitting een verzoek gedaan om een schadevergoeding.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Onderstaand zijn de standpunten van Aangeklaagde, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.
De indicerende partij voor zorg en verblijf bij Aangeklaagde was Wijkteam G. In 2020 ontstond bij Klager de behoefte door te stromen naar een ambulante vorm van zorg. De hulpvraag wijzigde van stoppen met cannabisgebruik naar de wens om dit te blijven gebruiken.
Deze wijziging maakte dat verblijf niet meer passend was. Wijkteam G heeft geoordeeld dat er geen sprake meer was van zorg met noodzakelijk verblijf en heeft een beschikking afgegeven voor ambulante zorg.
Aangeklaagde wijst erop dat altijd met zorgplannen is gewerkt, die samen met Klager zijn opgesteld en geëvalueerd. Klager heeft de begeleiding tussentijds beoordeeld met een gemiddeld rapportcijfer van 7,8.
Aangeklaagde betwist dat zorgplannen onder dwang zijn getekend. Het laatste zorgplan is besproken in aanwezigheid van de mentor van Klager en door deze medeondertekend.
Ten aanzien van het cannabisgebruik wijst Aangeklaagde erop dat Klager bij haar in zorg kwam met als doel volledig te stoppen. Dit doel is opgenomen in de zorgplannen.
Ten aanzien van het niet mogen houden van een kat stelt Aangeklaagde dat bij aanvang van de zorg bekend was dat huisdieren niet zijn toegestaan. De uitzondering “nee, tenzij” is pas in 2019 ingevoerd en Klager voldeed volgens Aangeklaagde niet aan de criteria.
Aangeklaagde betwist dat Klager twee keer een langdurige time-out heeft gekregen en stelt dat van een time-out wegens betalingsachterstand niets bekend is.
5. Beoordeling van het geschil
Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies uitspraak te doen over de klacht.
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil. De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.
Beoordeling
De Commissie stelt voorop dat volgens Nederlands recht degene die een stelling inneemt, deze moet aantonen indien deze gemotiveerd wordt betwist.
De door Klager geschetste situatie en de door hem gemaakte verwijten zijn door Aangeklaagde gemotiveerd betwist. Het is de Commissie niet gebleken dat de standpunten van Aangeklaagde onjuist zijn.
Klager heeft niet aangetoond of aannemelijk gemaakt dat zorgplannen onder dwang zijn ondertekend, dat Aangeklaagde in strijd met haar zorgplicht heeft gehandeld of dat zij anderszins onjuist heeft gehandeld.
Dit geldt zowel voor de hoofdklacht als voor de specifiek uitgelichte klachtonderdelen, waaronder het cannabisgebruik, de time-outs en het niet mogen houden van de kat.
Oordeel
De Commissie acht de klacht op al haar onderdelen ongegrond.
Schadevergoeding
Voor toekenning van een schadevergoeding is vereist dat sprake is van onrechtmatig handelen, schade en causaal verband. Dat Aangeklaagde onrechtmatig heeft gehandeld is de Commissie niet gebleken.
Oordeel: De Commissie wijst het verzoek om toekenning van een schadevergoeding af.
6. Beslissing
De Commissie acht de klacht op alle onderdelen ongegrond.
De Commissie wijst het verzoek om toekenning van een schadevergoeding af.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 19 november 2021
de voorzitter
mr. W. Morselt
Download PDF: Uitspraak 21.006
