Uitspraak 21.007

Geschilnummer 21.007

Uitspraak 21.007

Datum uitspraak
20 december 2021
Zorgsector
GGZ / eerstelijns (qEEG & behandelingen)
Oordeel
Alle klachtonderdelen: ongegrond
Schadevergoeding
Afgewezen

Partijen

A, hierna te noemen Klaagster;
tegen
B, vertegenwoordigd door C, directeur,
hierna te noemen ‘Aangeklaagde’ of ‘Zorgaanbieder’.


1. Behandeling van het geschil

Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil.

Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.

Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken, alsmede van hetgeen door partijen mondeling naar voren is gebracht ter hoorzitting.

Het geschil is ter hoorzitting behandeld op 17 november 2021 middels een videoverbinding.
Klaagster is in persoon verschenen.
Namens Aangeklaagde is verschenen C, directeur en klinisch psycholoog.


Verloop van de procedure

  • 10 juni 2021: ontvangst klacht;
  • 27 juni 2021: ontvangst getekende machtiging en klachtengeld. Startdatum behandeling geschil;
  • 8 juli 2021: stukken per mail aan Zorgaanbieder gezonden;
  • 22 juli 2021: reactie Zorgaanbieder ontvangen;
  • 31 augustus 2021: overleg Commissie; Commissie probeert partijen tot een minnelijke schikking te laten komen;
  • 15 september 2021: schorsing procedure in verband met overleg tussen partijen;
  • 19 oktober 2021: einde schorsing. Partijen uitgenodigd voor hoorzitting;
  • 17 november 2021: hoorzitting;
  • 20 december 2021: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.

2. Onderwerp van het geschil

Aanleiding

In oktober 2019 wordt bij Klaagster een qEEG afgenomen als voorbereiding op behandeling bij Zorgaanbieder. Het afnemen van het qEEG verloopt niet vlekkeloos. De behandelingen zijn van start gegaan en Klaagster heeft van Aangeklaagde nota’s ontvangen voor de kosten van de qEEG en de behandelingen.

Klaagster was het niet eens met het moeten betalen van alle kosten omdat zij vindt dat zij geen baat heeft gehad van de behandelingen. Bij brief van 29 april 2021 heeft Klaagster hierover een klacht ingediend bij Aangeklaagde. Bij brief van 31 mei 2021 heeft Aangeklaagde gemotiveerd gereageerd op de klacht. Klaagster heeft vervolgens op 10 juni 2021 haar klacht voorgelegd aan de Geschilleninstantie Zorggeschil.


3. Standpunt Klaagster

Onderstaand zijn de standpunten van Klaagster, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.

Klaagster stelt dat er van alles fout is gegaan bij het qEEG-onderzoek. Sommige onderdelen moesten worden overgedaan omdat het systeem fouten aangaf. Uiteindelijk heeft het vier uur geduurd voordat de qEEG-test was afgerond. De afnemers van de test vonden dat zij, ondanks de problemen, een betrouwbare uitslag hadden. Klaagster was het daar niet mee eens maar is wel begonnen met de behandelingen.

Omdat zij na circa 21 behandelingen geen verbetering merkte, had zij nog steeds haar twijfels over de resultaten van de qEEG-test en heeft zij besloten om tijdelijk te stoppen met de behandelingen. In december 2020 heeft zij dit besproken met Aangeklaagde. Pas na het stoppen heeft zij de overeenkomst ondertekend.

De rekeningen bleven komen en die kon Klaagster niet betalen. Klaagster wil compensatie van de kosten die zij heeft moeten betalen voor het afnemen van het qEEG en voor de behandelingen.


4. Standpunt Zorgaanbieder

Onderstaand zijn de standpunten van Aangeklaagde, voor zover relevant voor de beoordeling, kort samengevat weergegeven.

Zorgaanbieder is van mening dat het qEEG, ondanks de problemen, betrouwbaar geïnterpreteerd kon worden en bruikbare resultaten heeft opgeleverd. Op basis van de resultaten kon er een behandelplan worden opgesteld en werd in overleg met Klaagster een behandeltraject opgestart.

Op enig moment is Klaagster gestopt met de behandelingen. In een telefoongesprek met Klaagster heeft zij haar zorgen geuit of de qEEG-resultaten uit 2020 wel betrouwbaar geïnterpreteerd konden worden aangezien de afname door een technisch aandachtspunt niet soepel verliep. Omdat Klaagster twijfels bleef houden en niet het behandeltraject wilde voortzetten vanwege deze twijfels, heeft Aangeklaagde voorgesteld om nogmaals een qEEG af te laten nemen. Dit aanbod was enkel ter geruststelling van Klaagster, niet omdat de eerder verkregen resultaten niet betrouwbaar waren.

Tot twee maal toe is een qEEG ingepland (april en juni 2020) en door Klaagster afgezegd. Uiteindelijk heeft Klaagster van het aanbod geen gebruik gemaakt. De behandelingen zijn niet meer voortgezet.

Volgens Aangeklaagde lijkt het probleem te zijn dat Klaagster de rekeningen niet kan betalen en dat dat de reden is dat zij een klacht heeft ingediend.

Aangeklaagde heeft nog voorgesteld om een bedrag van € 750,– kwijt te schelden als Klaagster de rest wel betaalde. Daar ging Klaagster niet mee akkoord. Ter hoorzitting is dit voorstel ingetrokken.


5. Beoordeling van het geschil

Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies een uitspraak te doen over de klacht die aan haar is voorgelegd.

Bevoegdheid en ontvankelijkheid

Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil. Op grond van artikel 19 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) heeft de Geschilleninstantie tot taak om geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënte in het kader van de zorgverlening te beslechten. De klachten van Klaagster hebben hier betrekking op.

Voor ontvankelijkheid van de klacht is in beginsel vereist dat Klaagster de klacht heeft ingediend bij de Zorgaanbieder conform diens interne klachtenregeling. Dit is door Klaagster gedaan en Zorgaanbieder heeft haar schriftelijk oordeel gegeven over de klacht. De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen ingenomen standpunten en de door hen overgelegde stukken, alsmede van hetgeen door partijen ter hoorzitting naar voren is gebracht.

Beoordeling – algemeen

Volgens Nederlands recht moet degene die een stelling inneemt, in het geval deze stelling gemotiveerd wordt betwist, de juistheid daarvan aantonen. Indien dit niet kan worden aangetoond of niet blijkt uit de stukken, kan de Commissie niet uitgaan van de juistheid van de stelling.

Beoordeling van de klacht

Klaagster stelt dat de qEEG-test door de wijze waarop deze is verlopen geen betrouwbare resultaten heeft opgeleverd. Door Aangeklaagde is gemotiveerd bestreden dat de qEEG-test geen betrouwbare resultaten heeft opgeleverd.

Indien een nieuwe qEEG was afgenomen, hetgeen door Aangeklaagde is aangeboden, had dit uitsluitsel kunnen geven over de vraag of de resultaten van de eerdere qEEG-test betrouwbaar waren. Deze tweede qEEG-test heeft echter niet plaatsgevonden, waardoor in het midden moet blijven of de qEEG-test van oktober 2020 betrouwbare resultaten heeft opgeleverd.

De Commissie kan daarom niet uitgaan van de juistheid van de stelling dat de qEEG-test geen betrouwbare resultaten heeft opgeleverd om op basis daarvan tot een behandelplan te komen.

Dan resteert de vraag of Aangeklaagde in een ander opzicht tekort is geschoten in de zorgverlening. Klaagster stelt dat de behandelingen niet hebben geholpen. Na circa 21 behandelingen was er nog geen positief resultaat merkbaar.

Ter hoorzitting heeft Aangeklaagde aangegeven dat doorgaans (bij benadering) na ongeveer 25 behandelingen effect optreedt, maar dat dit per persoon kan verschillen. Bovendien wordt geen resultaat gegarandeerd en kan dit ook niet worden gegarandeerd. Dit wordt volgens Aangeklaagde standaard met cliënten besproken en staat vermeld op de website.

De Commissie heeft niet vast kunnen stellen dat Aangeklaagde tekort is geschoten in haar verplichtingen ten opzichte van de zorgverlening jegens Klaagster.

Oordeel

De Commissie is van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Schadevergoeding

Klaagster wil compensatie van de kosten die zij heeft moeten betalen voor het afnemen van het qEEG en voor de behandelingen. Dit moet worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van een schadevergoeding.

Voor toekenning van een schadevergoeding is vereist dat Aangeklaagde tekort is geschoten in haar verplichtingen ten opzichte van de zorgverlening jegens Klaagster. Nu is vastgesteld dat dit niet het geval is, ontbreekt een rechtsgrond voor het toekennen van een schadevergoeding.

Oordeel:
De Commissie wijst het verzoek om schadevergoeding af.


6. Beslissing

De Commissie verklaart de klacht ongegrond en wijst het verzoek om toekenning van een schadevergoeding af.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 20 december 2021

de voorzitter
mr. W. Morselt

Download PDF: Uitspraak 21.007