Geschilnummer 21.010
Uitspraak 21.010
Datum uitspraak
14 februari 2022
Zorgsector
Paramedisch / diagnostiek (dysgrafie-onderzoek)
Oordeel
Gegrond
Schadevergoeding
Ja – terugbetaling € 370,- + vergoeding klachtengeld (€ 50,-)
Partijen
A, middels volmacht vertegenwoordigd door haar vader B,
hierna te noemen ‘Klaagster’,
tegen
C, ingeschreven in het Handelsregister, voor wie als gemachtigde optreedt D, jurist verbonden aan ARAG SE Nederland,
hierna te noemen ‘Aangeklaagde’ of ‘Zorgaanbieder’.
1. Behandeling van het geschil
Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij E, welke stichting is aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Partijen hebben desgevraagd aangegeven geen behoefte te hebben aan een hoorzitting.
De Commissie heeft het niet nodig gevonden een hoorzitting te houden.
Verloop van de procedure
- 27 september 2021: ontvangst klacht;
- 8 oktober 2021: ontvangst machtigingen en klachtengeld, startdatum behandeling klacht;
- 18 oktober 2021: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 18 november 2021: ontvangst reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 22 november 2021: Zorgaanbieder in overweging gegeven tot een minnelijke schikking met Klaagster te komen;
- 30 november 2021: Zorgaanbieder ziet af van een minnelijke schikking;
- 22 december 2021: Commissieberaad, kopie cliëntendossier opgevraagd;
- 5 januari 2022: kopie cliëntendossier ontvangen van Zorgaanbieder;
- 20 januari 2022: Commissieberaad;
- 14 februari 2022: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klaagster (17 jaar) is linkshandig en schrijft niet goed. In 2022 mag zij eindexamen doen en het schrijven tijdens de examens zou een probleem kunnen zijn. Indien Klaagster een diagnose dysgrafie krijgt, kan zij mogelijk toestemming krijgen om de examens op een laptop te maken.
Klaagster heeft zich tot Aangeklaagde gewend met het doel om een verklaring met de diagnose dysgrafie te verkrijgen.
3. Standpunt Klaagster
De vader van Klaagster heeft de klacht ingediend namens zijn dochter, daartoe door haar gemachtigd. Om die reden wordt in de uitspraak gesproken over Klaagster en niet over Klager.
Klaagster heeft zich tot Aangeklaagde gewend met de vraag om een verklaring met de diagnose dysgrafie. In het telefonische en inleidende gesprek is aangegeven dat het enkel ging om het verkrijgen van een diagnose in verband met het eindexamen en niet om het volgen van therapie.
Aangeklaagde is vervolgens gestart met een reeks van onderzoeken en oefeningen, tezamen ongeveer anderhalf uur. Aan het eind van deze sessie werd aangegeven dat Klaagster nog meerdere keren terug zou moeten komen tegen betaling.
De vader van Klaagster voelde zich overbluft en heeft het bedrag van € 370,00 ter plaatse betaald. Later heeft hij per e-mail restitutie verzocht, hetgeen door Aangeklaagde is geweigerd.
Daarnaast is geklaagd over het dragen van een schort over het ondergoed tijdens de sessie, waarbij Klaagster zich ongemakkelijk en gegeneerd voelde.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Aangeklaagde stelt dat Klaagster conform het standaardprotocol is geïnformeerd over het onderzoek en de kosten. Het is aan Aangeklaagde om na zorgvuldig onderzoek te bepalen of een diagnose kan worden gesteld.
Aangeklaagde stelt dat volgens de geldende beroepsnormen en richtlijnen is gehandeld en dat de uitgevoerde werkzaamheden in rekening gebracht mochten worden. De klacht dient volgens Aangeklaagde ongegrond te worden verklaard.
5. Beoordeling van het geschil
Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies uitspraak te doen over de klacht.
5a. Bevoegdheid en ontvankelijkheid
Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij E, welke stichting is aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil. De Commissie is bevoegd en de klacht is ontvankelijk.
5b. Beoordeling
De zorgvraag betrof het afgeven van een schriftelijke verklaring met de diagnose dysgrafie, indien deze na onderzoek kon worden gesteld.
De Commissie stelt vast dat de zorg niet voldoende cliëntgericht was en onvoldoende was afgestemd op de reële behoefte van Klaagster. De zorgverlening voldoet daarmee niet aan de vereisten van “goede zorg” zoals bedoeld in artikel 2 Wkkgz.
Ten aanzien van het dragen van het schort is de Commissie van oordeel dat onvoldoende rekening is gehouden met de privacy en het respect voor Klaagster.
Daarnaast is niet gebleken dat Aangeklaagde heeft voldaan aan haar informatieverplichtingen zoals bedoeld in artikel 7:448 BW (Wgbo). Nu de bewijslast hiervan bij Aangeklaagde ligt en hierover geen aantekening in het dossier is aangetroffen, gaat de Commissie ervan uit dat Klaagster onvoldoende is geïnformeerd.
De Commissie acht het redelijk en billijk dat het betaalde bedrag van € 370,00 wordt terugbetaald.
Oordeel:
De Commissie acht de klacht gegrond.
6. Beslissing
De Commissie verklaart de klacht gegrond.
De Commissie draagt Aangeklaagde op het bedrag van € 370,00 terug te betalen aan de vader van Klaagster binnen 7 dagen nadat zij in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.
Daarnaast dient Aangeklaagde, overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil, het klachtengeld ad € 50 te vergoeden.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 14 februari 2022
de voorzitter
mr. W. H. Morselt
Download PDF: Uitspraak 21.010
