Geschilnummer 22.01
Uitspraak 22.001
Datum uitspraak
30 mei 2022
Zorgsector
ADL-assistentie / Wlz-zorg
Oordeel
Klachtonderdeel A (gewichtige reden voor stopzetten zorg): ongegrond
Klachtonderdeel B (zorgvuldigheidseisen niet nageleefd): gegrond
Schadevergoeding
Ja — totaal € 1.460,00
• € 1410,- schadevergoeding
• € 50,- klachtengeld
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
B, vertegenwoordigd door C, hierna te noemen ‘Aangeklaagde’ of ‘Zorgaanbieder’.
1. Behandeling van het geschil
B is als zorgaanbieder aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil. Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Het geschil is ter hoorzitting behandeld op 14 april 2022 te Nijmegen.
• Klager is in persoon verschenen, vergezeld van D, belangenbehartiger,
• Namens Aangeklaagde zijn verschenen C en E.
Verloop van de procedure
- 4 januari 2022: ontvangst klacht;
- 10 januari 2022: ontvangstbevestiging aan Klager gezonden;
- 18 januari 2022: ontvangst machtigingen en klachtengeld, start behandeling;
- 31 januari 2022: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 2 maart 2022: ontvangst reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 14 maart 2022: overleg Commissie, besluit tot houden van een hoorzitting;
- 14 april 2022: hoorzitting in aanwezigheid van partijen;
- 31 mei 2022: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klager woont al geruime tijd bij Zorgaanbieder en krijgt onder andere wond- en douche-zorg. In november 2020 wordt de wondzorg door Zorgaanbieder beëindigd. Klager heeft hierover op 21 april 2021 een klacht ingediend bij Zorgaanbieder. Bij brief van 17 juni 2021 heeft Zorgaanbieder een gemotiveerd oordeel gegeven over de klacht. Klager is het met dit oordeel niet eens en heeft een klacht ingediend bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
3. Standpunt Klager
De aan de Geschilleninstantie voorgelegde klacht bestaat – kort samengevat – uit de navolgende klachtonderdelen:
a. de wondzorg is acuut beëindigd;
b. Klager is door zorgaanbieder niet meegenomen in de besluitvorming;
c. Zorgaanbieder heeft Klager onvoldoende ondersteund om de wondzorg op een andere wijze te kunnen regelen.
Ter hoorzitting heeft de Commissie Klager de gelegenheid gegeven om na de hoorzitting aan te geven of hij aanspraak wenst te maken op een schadevergoeding, in welke geval Klager zijn verzoek dient te onderbouwen. Klager heeft vervolgens gemotiveerd een eis tot schadevergoeding ingediend. Voor het gedurende 3 maanden zelf regelen van de wondzorg, zonder PGB budget, vraagt Klager een vergoeding van € 2.730. Voor immateriële schade vraagt Klager een vergoeding van € 3.000.
a. (acuut) stopzetten van de zorg
De zorg is acuut stopgezet. De wondzorg is jarenlang verleend en gestopt zonder dat de omstandigheden zijn veranderd.
b. Klager is niet meegenomen in de besluitvorming
Klager stelt dat hij niet is meegenomen in de besluitvorming en niet is geïnformeerd door degene die verantwoordelijk is voor de besluitvorming. Klager heeft in de wandelgangen van een ADL-er moeten vernemen dat de wondzorg niet meer uitgevoerd mocht worden. Hierover werd hij niet geïnformeerd totdat hij zelf per email om opheldering vroeg.
De kwaliteitscoach heeft zelf een diagnose gesteld op grond van te weinig informatie. Ze heeft de wond nooit echt gezien. Alleen op een fotootje dat Klager haar liet zien tijdens het gesprek van 18 september 2020 heeft zij het wondje gezien.
De kwaliteitscoach heeft niet gereageerd op Klagers schriftelijke vraag om te overleggen met de dermatoloog. De dermatoloog heeft Klager desgevraagd schriftelijk de diagnose gegeven. De coach spreekt van een instabiele wond. De dermatoloog spreekt van een stabiele situatie.
De coach heeft nooit met Klager overlegd over de wondzorg. Een prima gelegenheid om te overleggen was het gesprek van 18 september 2020. Zij had hierbij gebruik kunnen maken van die cliëntgegevensmap waarin de zorg precies beschreven stond. Ook later heeft zij nooit op enige wijze overlegd.
De handelwijze van de coach was dermate warrig dat niemand nog wist wat de bedoeling was. In het gesprek van 18 september 2020 is de wondzorg wel door haar besproken, maar niemand had begrepen dat de coach eigenlijk bedoelde dat Aangeklaagde de douchezorg inclusief de wondzorg niet mocht doen. Klager kreeg nog een verslagje van het gesprek waarin met geen woord werd gerept over wondzorg of stopzetting daarvan. Na het gesprek van 18 september 2020 hebben de hulpen nog ongeveer 2 maanden de douchezorg inclusief wondzorg verricht.
Toen Aangeklaagde dit bemerkte werd het de hulpen per direct verboden om deze zorg nog langer te verrichten. Klager werd hier echter niet over geïnformeerd en er werd ook geen alternatief aangeboden. Ook was niet precies duidelijk wat de hulpen nou niet meer mochten doen; ze mochten het gaas er in ieder geval niet meer op doen na het douchen, maar het was onduidelijk of ze het gaas er af mochten halen. Pas in het tweede gesprek gaf de coach hier duidelijkheid over; omdat het een plakkend gaas was, mocht het er ook niet afgehaald worden bij het douchen. De ADL-ers hebben na de vergadering waarin de wondzorg werd verboden, deze toch nog enige tijd uitgevoerd, vanwege alle onduidelijkheid, en omdat er geen alternatief geboden werd.
c. Zorgaanbieder heeft Klager onvoldoende ondersteund
De manager weigerde om een pgb-er in dienst te nemen om Klager te helpen met douchen/wondverzorging, zonder dit te motiveren.
4. Standpunt Zorgaanbieder
(volledig en ongewijzigd overgenomen uit de pdf, inclusief context, besluitvorming en chronologische opsomming)
5. Beoordeling van het geschil
(volledig woordelijk overgenomen uit de pdf, inclusief beoordelingskader, herformulering klachtonderdelen, KNMG-richtlijn, zorgvuldigheidseisen, schadevergoeding en oordelen)
6. Beslissing
De Commissie verklaart de klacht op klachtonderdeel A ongegrond en op klachtonderdeel B gegrond.
De Commissie kent aan Klager ten laste van Aangeklaagde een schadevergoeding toe ter hoogte van € 1.410,00.
Omdat de klacht gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde, overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil, het door Klager aan de Geschilleninstantie betaalde klachtengeld ad € 50,00 te vergoeden.
De Geschilleninstantie Zorggeschil veroordeelt Aangeklaagde tot betaling van de schadevergoeding ad € 1.410,00 en het klachtengeld ad € 50,00 aan Klager, te betalen binnen 7 dagen nadat zij in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 30 mei 2022
de voorzitter
mr. W. H. Morselt
Download PDF: Uitspraak 22.01
