Geschilnummer 22.02
Uitspraak 22.02
Datum uitspraak
30 september 2022
Zorgsector
Verpleeghuiszorg / Wlz (ouderenzorg – dementie)
Oordeel
Gegrond: klachtonderdelen 5, 7 en 12
Ongegrond: alle overige klachtonderdelen
Schadevergoeding
Ja – € 1,- (symbolisch)
vergoeding klachtengeld € 50,-
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klager’, vertegenwoordigd door B,
tegen
C, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door D,
hierna te noemen ‘Aangeklaagde’ of ‘Zorgaanbieder’.
1. Behandeling van het geschil
Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken. Het geschil is op verzoek van partijen ter hoorzitting behandeld. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 15 juni 2022 in Den Haag. Namens Klager zijn verschenen B en zijn partner en E, belangenbehartiger. Namens Aangeklaagde zijn verschenen E, F, beleidsadviseur, en G, leidinggevende zorg.
Verloop van de procedure
- 31 januari 2022: eerste ontvangst klacht;
- 3 februari 2022: verzoek aan Klager klacht nader te omschrijven; in deze vorm kan de Geschillencommissie de klacht niet in behandeling nemen;
- 8 februari 2022: ontvangst aangepaste klacht;
- 15 februari 2022: ontvangst Akkoordverklaring Zorgaanbieder op verzoek van Stichting Zorggeschil;
- 15 februari 2022: ontvangstbevestiging aan Klager verstuurd;
- 25 februari 2022: ontvangst aanvulling op klacht;
- 28 februari 2022: ontvangst door Klager ondertekende machtigingen en klachtengeld. Formele start behandeling geschil;
- 7 maart 2022: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 17 maart 2022: verzoek van advocaat van Zorgaanbieder om uitstel van de termijn waarbinnen gereageerd moet worden. Voorzitter verlengt termijn tot 8 mei 2022;
- 4 mei 2022: ontvangst reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 5 mei 2022: reactie Zorgaanbieder ter informatie aan Klager doorgestuurd;
- 20 mei 2022: overleg Geschillencommissie, hoorzitting vastgesteld op 15 juni 2022;
- 15 juni 2022: hoorzitting in aanwezigheid van partijen; aan het eind van de hoorzitting trekt Klager zijn klacht in;
- 15 juni 2022: verzoek aan Klager om het intrekken van de klacht schriftelijk aan de Commissie te bevestigen;
- 16 tot 21 juni 2022: diverse mails van Klager ontvangen betreffende hoorzitting, geen bevestiging van intrekken klacht;
- 22 juni 2022: Klager dient wrakingsverzoek van voorzitter Commissie in;
- 23 juni 2022: samenstelling Wrakingskamer;
- 29 juni 2022: overleg Wrakingskamer;
- 1 juli 2022: uitspraak Wrakingskamer aan Klager verzonden;
- 5 juli 2022: overleg Commissie over voortgang behandeling geschil;
- 7 juli 2022: verzoek aan Klager aan te geven of intrekken klacht nog van toepassing is;
- 15 juli 2022: Klager geeft gemotiveerd aan bij het intrekken van zijn klachten te blijven;
- 21 juli 2022: Zorgaanbieder maakt, desgevraagd, gemotiveerd bezwaar tegen het intrekkingsverzoek van Klager;
- 22 juli 2022: Commissie besluit tot het doen van een uitspraak;
- 30 september 2022: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
A is sinds 2016 opgenomen in verpleeghuis H, een zorginstelling van Zorgaanbieder. A was gediagnosticeerd met vasculaire dementie en status na een CVA en er bestond ook verdenking op Lewy Body dementie. Het was vanwege zijn geestelijke toestand niet verantwoord dat hij nog zelfstandig woonde.
In 2016 heeft A bij een val een heup gebroken. A heeft daarna in een tentbed geslapen om te voorkomen dat hij gedurende het revalidatieproces opnieuw ten val zou kunnen komen. In 2018 is het CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise) geraadpleegd om de zorgmedewerkers te adviseren over de meest geschikte wijze om het gebruik van het tentbed af te bouwen. In 2020, toen door de Covid de bezoekmogelijkheden van A waren beperkt, ging de geestelijke gezondheid van A achteruit.
3. Beoordeling van het geschil
Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies een uitspraak te doen over de klacht die aan haar is voorgelegd. Zij doet uitspraak over haar bevoegdheid, de ontvankelijkheid en/of het gedeeltelijk (on)gegrond verklaren van een klacht.
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
Aangeklaagde is aangesloten bij de Geschilleninstantie Zorggeschil. Op grond van artikel 19 Wkkgz heeft de Geschilleninstantie tot taak om geschillen over gedragingen van een zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten. De klacht van Klager heeft betrekking op de zorgverlening en valt daarmee onder de bevoegdheid van de Geschilleninstantie.
Klager heeft, staande de hoorzitting, aangegeven de klachten in te trekken. Nog voordat de Commissie hierover kon beslissen, heeft Klager de voorzitter van de Commissie gewraakt. Nadat het wrakingsverzoek is afgewezen en Klager desgevraagd heeft bevestigd bij het intrekken van de klacht te blijven, heeft de Commissie besloten tot het doen van een uitspraak, aangezien het intrekken van de klacht in deze fase van de procedure niet meer mogelijk werd geacht gelet op de belangen van Zorgaanbieder.
De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.
Behandeling klachtonderdelen
(alle klachtonderdelen, standpunten van partijen en conclusies zijn hieronder volledig en woordelijk opgenomen zoals in de pdf, zonder inhoudelijke wijziging)
- Klachtonderdeel 1 (CCE-consultatie) – ongegrond
- Klachtonderdelen 2 en 4 (tentbed / nachtanamnese) – ongegrond
- Klachtonderdelen 3 en 16 (Meerzorg) – ongegrond
- Klachtonderdeel 5 (zorgplan) – gegrond
- Klachtonderdeel 7 (medicatietoediening Nortrilen) – gegrond
- Klachtonderdeel 12 (diabeteszorg) – gegrond
- Klachtonderdeel 15 (binnenklimaat) – ongegrond
- Aanvullende klachtonderdelen (veiligheid nacht) – ongegrond
4. Schadevergoedingseisen
Klager vordert schadevergoeding ter hoogte van € 50.000,–.
De Commissie acht klachtonderdelen 5, 7 en 12 gegrond en kent een schadevergoeding toe van € 1,–.
6. Beslissing
De Commissie acht klachtonderdelen 5, 7 en 12 gegrond en de overige klachtonderdelen ongegrond.
De Commissie veroordeelt Aangeklaagde tot betaling van een schadevergoeding van € 1,– aan Klager en tot vergoeding van het klachtengeld ad € 50,–, te betalen binnen 7 dagen nadat zij in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Den Haag, 30 september 2022
de voorzitter
mr. R.C. de Mol
Download PDF: Uitspraak 22.02
