Geschilnummer 22.06
Uitspraak 22.06
Datum uitspraak
13 december 2022
Zorgsector
Complementaire zorg / chiropractie (eerstelijns)
Oordeel
De klacht is ongegrond
Schadevergoeding
Niet van toepassing
Partijen
A, voor wie als gemachtigde optreedt haar echtgenoot B,
hierna te noemen ‘Klaagster’,
tegen
C, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door D,
hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Aangeklaagde’.
1. Behandeling van het geschil
Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Verloop van de procedure
- 8 september 2022: ontvangst klacht;
- 30 september 2022: ontvangstbevestiging aan Klager verstuurd;
- 5 oktober 2022: ontvangst van door Klager ondertekende machtigingen en klachtengeld. Formele start behandeling geschil;
- 17 oktober 2022: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 9 november 2022: ontvangst reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 24 november 2022: overleg Commissie;
- 25 november 2022: vraag aan partijen of zij een hoorzitting wensen;
- 5 december 2022: partijen hebben aangegeven geen hoorzitting te wensen;
- 13 december 2022: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klaagster is van 2012 tot 2015 onder behandeling geweest bij Aangeklaagde. Achteraf gezien is volgens haar sprake geweest van grensoverschrijdend gedrag door Aangeklaagde. Gemachtigde heeft namens Klaagster een klacht ingediend bij Aangeklaagde. Aangeklaagde heeft schriftelijk gereageerd op de klacht, waarna de gemachtigde voor Klaagster de klacht heeft voorgelegd aan de Geschillencommissie.
3. Standpunt Klaagster
Klaagster is van 2012 tot 2015 onder behandeling geweest bij Aangeklaagde. Op enig moment, Klaagster en haar echtgenoot kunnen niet precies meer vaststellen wanneer het is begonnen, werd aan het einde van elke behandeling een handeling verricht waarvan Klaagster en haar echtgenoot achteraf moeten constateren dat dit niet gepast was: de borsten werden omhoog geduwd.
Klaagster was toen jongvolwassen en was in de veronderstelling dat dit bij de behandeling hoorde. Klaagster heeft zich wel steeds afgevraagd of de betreffende handelingen onderdeel vormden van de behandeling. Hoewel dit op dat moment door Klaagster niet als grensoverschrijdend werd ervaren, bleek dit toch naderhand een naar en onjuist gevoel met zich mee te brengen.
Ergens tijdens de behandeltijd rees de twijfel of dit er wel bij hoorde. De durf om er tijdens de behandelingen iets van te zeggen was er niet: er was sprake van een patiënt-(zorg)professionalrelatie, waarbij Klaagster zich volledig overgaf aan Aangeklaagde als professional. De vraag of deze handeling wel bij de behandeling hoorde is altijd gebleven, ook na het stoppen van de behandeling.
Mede ingegeven door de recente gebeurtenissen qua seksueel grensoverschrijdend gedrag in de mediawereld, groeide het vermoeden dat dit niet zo was en hebben Klaagster en haar man besloten het te melden aan en te overleggen met het Centraal Bureau Klachtenmanagement in de Zorg (CBKZ). Via hen heeft de echtgenoot van Klaagster met een klachtenfunctionaris gesproken en haar de zaak voorgelegd.
Na contact met haar heeft op 18 maart 2022 een gesprek plaatsgevonden met de klachtenfunctionaris, Aangeklaagde, diens secretaresse en B als gemachtigde voor zijn vrouw. Hierin heeft Aangeklaagde in elk geval bevestigd dat er geen behandeling is waar de betreffende handeling bij de borsten bij kan horen. Daaruit trekken Klaagster en haar echtgenoot de conclusie dat er inderdaad seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft plaatsgevonden.
In het gesprek heeft Aangeklaagde echter ook ontkend dat deze handelingen hebben plaatsgevonden. Dat kan volgens Klaagster en haar echtgenoot niet kloppen, simpelweg omdat Klaagster het zelf heeft meegemaakt. Dit maakt het voor hen een pijnlijke situatie.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Aangeklaagde ziet de aantijging van Gemachtigde (Klaagster is zelf nog niet aan het woord geweest) als zeer ernstig. Klaagster is in 2 jaar, 39 keer door Aangeklaagde behandeld waarin zij aangaf goede verbetering te ondervinden. Aangeklaagde is verbaasd dat Klaagster pas circa 8 jaar later haar bedenkingen uit.
Hij wijst erop dat de “me-too” problematiek in de media van een heel andere orde is dan een behandeling bij een arts, therapeut of behandelaar. In de praktijk van Aangeklaagde is de sfeer heel open en patiënten maken zelf deel uit van de behandeling en zijn vrij om aan te geven of zij een behandeling wel of niet als prettig ervaren. De praktijk is laagdrempelig en een patiënt-(zorg)professionele relatie is nodig om een behandeling correct en naar wens van de patiënt uit te voeren.
De brief van de gemachtigde van Klaagster berust voornamelijk op aannames. Hij gaat mee in de belevingswereld van zijn echtgenote, maar dat wil niet zeggen dat deze ook zo hebben plaatsgevonden.
Over de behandelingstechniek merkt Aangeklaagde het volgende op. Chiropractie is een beroep waarbij het te behandelen gebied met de hand wordt behandeld. Voor laag cervicale, hoog thoracale en schouderklachten wordt het gebied onder andere behandeld met een “schouder-lift”. Door de schouder een moment naar boven te verplaatsen, kan het gebeuren dat het borstweefsel ook een moment mee naar boven wordt verplaatst. Deze handeling wordt niet verricht door de hand op de borst te plaatsen maar op het schoudergebied.
Dit is een standaardhandeling bij mensen met nek-, hoog-thoracale- en schouderklachten en heeft niets met een grensoverschrijdende handeling te maken.
Aangeklaagde herkent zich niet in de aantijging en blijft erbij dat hij Klaagster professioneel correct en volgens protocol heeft behandeld.
5. Beoordeling van het geschil
Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies uitspraak te doen over de klacht.
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
Aangeklaagde is aangesloten bij de Nederlandse Osteopathie Federatie (NOF), welke organisatie is aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil. Op grond van artikel 19 Wkkgz is de Commissie bevoegd.
De klacht heeft betrekking op de zorgverlening en valt daarmee onder de bevoegdheid van de Geschilleninstantie. De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.
Beoordeling – algemeen
Volgens Nederlands recht moet degene die een stelling inneemt, in het geval deze stelling gemotiveerd wordt betwist, de juistheid daarvan aantonen.
Beoordeling van de klacht
De Commissie stelt vast dat de behandelingen hebben plaatsgevonden in de periode 2012 tot 2015 en dat de aantijgingen zich ruim 8 jaar geleden zouden hebben voorgedaan.
De Commissie stelt verder vast dat Klaagster zelf gedurende de gehele klachtenprocedure niet heeft gecommuniceerd. De klacht is namens haar ingediend door haar echtgenoot, tevens gemachtigde. Er is geen verklaring van Klaagster zelf overgelegd.
De aantijgingen worden door Aangeklaagde gemotiveerd betwist. Door of namens Klaagster zijn geen aanvullende bewijzen overgelegd. Het is het woord van Klaagster c.q. gemachtigde tegen het woord van Aangeklaagde.
De Commissie kan en mag er dan ook niet van uitgaan dat de aantijgingen juist zijn.
Oordeel:
De Commissie acht de klacht ongegrond.
Overwegingen ten overvloede
De Commissie heeft niet vast kunnen stellen of de gewraakte handelingen hebben plaatsgevonden. Indien deze handelingen wel hebben plaatsgevonden, dan is de Commissie van oordeel dat sprake zou zijn geweest van grensoverschrijdend gedrag. Indien de handelingen niet hebben plaatsgevonden, dan zijn de aantijgingen voor Aangeklaagde zeer kwetsend. De Commissie is zich hiervan terdege bewust.
6. Beslissing
De Commissie acht de klacht ongegrond.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 13 december 2022
de voorzitter
mr. W. Morselt
Download PDF: Uitspraak 22.06
