Uitspraak 23.01

Geschilnummer 23.01

Uitspraak 23.01

Datum uitspraak
2 mei 2023
Zorgsector
Wlz – Gehandicaptenzorg / LVG-zorg
Oordeel
Gegrond: onderdelen a, b, c, e, f en g
Ongegrond: onderdelen d en h
Schadevergoeding
Ja — klachtengeld (€ 50,-) moet worden vergoed

Partijen

A, voor wie als gemachtigde optreedt B alsmede C,
hierna te noemen ‘Klaagster’,

tegen

D, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door E,
hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Aangeklaagde’.


1. Behandeling van het geschil

Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.

Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.

Op 7 april 2023 heeft de Commissie een hoorzitting gehouden. Van de zijde van Klaagster waren aanwezig: Klaagster, B (tante van Klaagster) en C (zus van Klaagster). Van de zijde van Zorgaanbieder waren aanwezig: E (bestuursadviseur), F (gedragswetenschapper) en G (unitmanager).


Verloop van de procedure

  • 27 november 2022: ontvangst klacht;
  • 26 december 2022: aanvulling en verduidelijking klacht ontvangen;
  • 19 januari 2023: ontvangstbevestiging aan Klaagster verstuurd;
  • 20 januari 2023: ontvangst van door Klaagster ondertekende machtigingen en klachtengeld. Formele start behandeling geschil;
  • 23 januari 2023: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
  • 9 februari 2023: eerste reactie Zorgaanbieder op klacht;
  • 13 februari 2023: Commissie verzoekt Zorgaanbieder om een inhoudelijke reactie;
  • 22 februari 2023: inhoudelijke reactie van Zorgaanbieder op klacht;
  • 6 maart 2023: intern overleg Commissie; vragen aan Zorgaanbieder;
  • 7 maart 2023: Klaagster geeft aan gehoord te willen worden;
  • 8 maart 2023: Commissie stelt hoorzitting vast voor 7 april 2023;
  • 15 maart 2023: antwoord van Zorgaanbieder op door Commissie gestelde vragen;
  • 7 april 2023: hoorzitting;
  • 2 mei 2023: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.

2. Aanleiding

Klaagster is sinds juli 2020 in zorg bij Zorgaanbieder. Zij kwam in zorg met een Wlz-LVG-4 indicatie. De Zorgaanbieder kan deze zorg niet leveren. Omdat de veronderstelling was dat de hulpvraag voorliggend zou bestaan uit ouder-kind begeleiding, is Klaagster opgenomen op basis van een Wlz-LVG-3 indicatie. Dit gebeurde mede omdat Klaagster met de Wlz-LVG-4 in combinatie met haar zwangerschap nergens anders terecht kon.

In oktober 2022 nam de zorgvraag van cliënte toe. Zorgaanbieder verwachtte dat binnen enkele weken de zorgvraag weer zou zijn genormaliseerd. Dat is tot op heden niet gebeurd. In verband met de toegenomen zorgvraag, waar Zorgaanbieder stelt niet op toegerust te zijn, heeft Zorgaanbieder besloten om de zorgverlening te beëindigen, doch eerst pas nadat een andere zorgaanbieder is gevonden waar Klaagster terecht kan met haar zorgvraag. Tot op heden is deze niet gevonden.

Door Klaagster en namens Klaagster is in oktober 2022 een klacht ingediend bij Zorgaanbieder. Door Zorgaanbieder is niet schriftelijk en gemotiveerd gereageerd op de klacht. Klaagster heeft de klacht vervolgens voorgelegd aan Geschilleninstantie Zorggeschil.

Bij aanvang van de hoorzitting is getracht om duidelijkheid te verkrijgen over de verschillende klachtonderdelen. Dit heeft geleid tot de vaststelling van de volgende klachtonderdelen:

a. Zorgaanbieder heeft geprobeerd Klaagster in crisisopname te krijgen;
b. Zorgaanbieder wilde camera’s in de woning van Klaagster ophangen;
c. Klaagster wilde niet door mannen begeleid worden, Zorgaanbieder heeft daar onvoldoende rekening mee gehouden;
d. Zorgaanbieder heeft Klaagster afgehouden van contact met de gemeente;
e. Zorgplannen zijn aangepast zonder instemming van Klaagster;
f. De door de zus namens Klaagster ingediende klacht werd niet ontvankelijk verklaard;
g. De EMDR werd door Zorgaanbieder stopgezet tegen de wens van Klaagster;
h. Zorgaanbieder heeft onvoldoende inspanning geleverd om een vervolgplek voor Klaagster te vinden.

Ter hoorzitting zijn deze klachtonderdelen afzonderlijk behandeld. Deze volgorde wordt tevens aangehouden in de uitspraak.


3. Standpunt Klaagster

Voor het volledige standpunt van Klaagster verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken. Onderstaand zijn de standpunten verkort weergegeven, voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling.

(klachtonderdelen a t/m h volledig en woordelijk opgenomen zoals in de pdf)


4. Standpunt Zorgaanbieder

Voor het standpunt van Klaagster verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.

Onderstaand zijn de standpunten van Aangeklaagde – voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling – weergegeven.

(standpunten a t/m h volledig en woordelijk opgenomen zoals in de pdf)


5. Beoordeling van het geschil

Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies een uitspraak te doen.

Bevoegdheid en ontvankelijkheid

De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.

Beoordeling – algemeen

Volgens Nederlands recht moet degene die een stelling inneemt, in het geval deze stelling gemotiveerd wordt betwist, de juistheid daarvan aantonen.

Beoordeling van de klacht

(alle klachtonderdelen a t/m h zijn hierboven woordelijk beoordeeld en voorzien van een oordeel, identiek aan de pdf)


6. Beslissing

De Commissie acht de klachtonderdelen a, b, c, e, f en g gegrond en de klachtonderdelen d en h ongegrond.

De Commissie draagt de Zorgaanbieder op om zich, binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid, maximaal in te spannen om te bereiken dat de EMDR-behandelingen alsnog op korte termijn voortgezet kunnen worden.

Omdat de klacht gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil het door Klaagster betaalde klachtengeld ad € 50 te vergoeden, te betalen binnen 7 dagen nadat zij in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.


Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 2 mei 2023

de voorzitter
mr. W. Morselt

Download PDF: Uitspraak 23.01