Geschilnummer 23.05
Uitspraak 23.05
Datum uitspraak
7 maart 2024
Zorgsector
Slaapdiagnostiek / eerstelijns diagnoselab
Oordeel
Ongegrond
Schadevergoeding
Afgewezen
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
B, ingeschreven in het Handelsregister, door C, advocaat te Utrecht,
hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Aangeklaagde’.
1. Behandeling van het geschil
Aangeklaagde is als zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• …
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken. De Commissie heeft overeenkomstig artikel 10 van het Reglement advies gevraagd aan een onafhankelijk deskundige.
Verloop van de procedure
- 24 juli 2023: ontvangst klacht;
- 31 juli 2023: ontvangstbevestiging aan Klager verstuurd;
- 10 augustus 2023: ontvangst van door Klager ondertekende machtigingen en klachtengeld. Formele start behandeling geschil;
- 15 augustus 2023: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 12 september 2023: reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 25 september 2023: intern overleg Commissie; vragen aan Zorgaanbieder; Commissie besluit tot een tweede schriftelijke ronde met vragen aan Klager;
- 27 september 2023: antwoord van Klager op gestelde vragen en repliek op verweer Zorgaanbieder;
- 6 oktober 2023: dupliek van Zorgaanbieder op door Commissie gestelde vragen;
- 12 oktober 2023: vraag aan partijen of zij gehoord willen worden;
- 13 oktober 2023: Klager geeft aan niet gehoord te willen worden;
- 14 november 2023: overleg Commissie. Commissie besluit tot het voorleggen van de casus aan een onafhankelijk deskundige;
- 8 januari 2024: onafhankelijk deskundige bereid gevonden vragen van de Commissie te beantwoorden;
- 12 januari 2024: vraagstelling aan onafhankelijk deskundige voorgelegd;
- 17 januari 2024: partijen gelegenheid gegeven tot een reactie op vraagstelling;
- 30 januari 2024: na reactie van partijen een aangepaste vraagstelling aan onafhankelijk deskundige gestuurd;
- 3 februari 2024: antwoord van de onafhankelijk deskundige ontvangen en aan partijen voorgelegd;
- 7 februari 2024: reactie Klager op advies deskundige;
- 13 februari 2024: reactie Verweerder op advies deskundige;
- 7 maart 2024: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klager heeft last van ernstige slaapproblemen en laat op 31 mei 2021 een slaaponderzoek doen bij Zorgaanbieder. De conclusie van Zorgaanbieder luidde:
“Lijkt psychofysiologische insomnie door omstandigheden werk”.
Omdat de klachten langdurig aanhielden heeft Klager bij D op 16 december 2022 een nieuw slaaponderzoek laten doen. De conclusie daarvan was dat Klager ernstig slaapapneu heeft. Volgens Klager was dit door Zorgaanbieder volledig over het hoofd gezien terwijl er een aantal belangrijke signalen waren op basis waarvan vervolgonderzoek gerechtvaardigd geweest zou zijn.
Klager heeft hier een klacht over ingediend bij Zorgaanbieder. Met de reactie van de Zorgaanbieder is Klager het niet eens, waarna hij de klacht heeft voorgelegd aan Geschilleninstantie Zorggeschil.
3. Standpunt Klager
Voor het volledige standpunt van Klager verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
Onderstaand zijn de standpunten verkort weergegeven, voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling.
Klager heeft last van ernstige slaapproblemen en laat op 31 mei 2021 een slaaponderzoek doen bij Zorgaanbieder. Door Klager is daarbij aan Zorgaanbieder medegedeeld dat zijn klachten waren: moeheid, slapeloosheid, niet verkwikkende slaap en depressiviteit.
De conclusie van Zorgaanbieder luidde:
“Lijkt psychofysiologische insomnie door omstandigheden werk” en
“Door technische problemen is EEG/ECG/positie niet betrouwbaar”.
Voor dit onderzoek en deze conclusie diende Klager € 1.479,86 te betalen.
Omdat de klachten langdurig aanhielden heeft Klager uiteindelijk via D op 16 december 2022 een nieuw slaaponderzoek laten doen. De conclusie daarvan was dat Klager ernstig slaapapneu heeft.
Volgens Klager is dit door Zorgaanbieder volledig over het hoofd gezien terwijl er een aantal belangrijke signalen waren waarbij vervolgonderzoek gerechtvaardigd geweest zou zijn. Door tunnelvisie van Zorgaanbieder en het missen van een aantal zeer belangrijke signalen, onder andere beschreven in wetenschappelijke literatuur, die in de richting van OSA (obstructief slaapapneu) wezen, heeft Klager anderhalf jaar langer dan nodig doorgelopen met OSA met alle schadelijke psychische en lichamelijke gevolgen van dien.
Ook heeft dit substantiële financiële consequenties gehad omdat hij geruime tijd niet heeft kunnen werken.
Klager verzoekt om schadevergoeding, bestaande uit:
- terugbetaling van de door hem aan B betaalde kosten ad € 1.479,86;
- een bedrag van € 25.000,– voor de psychische schade en lichamelijke en financiële gevolgen.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Voor het volledige standpunt van Zorgaanbieder verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
Onderstaand zijn de standpunten van Zorgaanbieder – voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling – weergegeven.
De conclusie van het onderzoek was:
“PSG registratie met lange inslaaplatentie, daarna korte maar normale slaap. Door technische problemen is EEG/ECG/positie niet betrouwbaar. Lijkt psychofysiologische insomnie door omstandigheden werk. Als beleid is gesuggereerd: overweeg CGTi insomnie/psycholoog.”
Het is Zorgaanbieder niet bekend of deze suggestie is opgevolgd.
Tijdens het onderzoek was er storing op enkele EEG-signalen, waardoor deze soms moeilijk beoordeelbaar waren. Dit betekent volgens Zorgaanbieder niet dat er geen goed te beoordelen PSG-onderzoek heeft plaatsgevonden.
De anamnese van Klager was sterk compatibel met de diagnose insomnie. De klachten van Klager waren sterk situationeel bepaald en hielden verband met zijn werk. De ESS-score was laag en de ISI-score bijna maximaal.
Gezien het ontbreken van specifieke OSAS-klachten en een AHI < 15, was de diagnose OSAS onwaarschijnlijk.
Volgens Zorgaanbieder is niet onzorgvuldig gehandeld en is er geen aanleiding voor schadevergoeding.
5. Onafhankelijk advies
Binnen de procedure hebben twee schriftelijke rondes van hoor en wederhoor plaatsgevonden. Partijen hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van hun recht om mondeling gehoord te worden.
De Commissie heeft besloten advies te vragen aan een onafhankelijk deskundige.
Aan de deskundige zijn twee vragen voorgelegd:
- Had een bekwaam en redelijk handelende beroepsgenoot slaapapneu moeten constateren of vervolgonderzoek moeten adviseren?
Antwoord deskundige: Nee. - Heeft B met haar onderzoek en advies in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid die mocht worden verwacht?
Antwoord deskundige: Nee.
6. Beoordeling van het geschil
De Commissie neemt het advies van de deskundige over.
De Commissie is van oordeel dat Zorgaanbieder met haar onderzoek en het destijds gegeven advies niet in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een bekwaam en redelijk handelende beroepsgenoot mocht worden verwacht.
➢ Oordeel:
De Commissie acht de klacht ongegrond.
Nu de klacht ongegrond is verklaard, is er geen juridische grond voor toekenning van schadevergoeding.
7. Beslissing
De Commissie acht de klacht ongegrond.
De Commissie wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
Bussum, 7 maart 2024
de voorzitter
mr. W. Morselt
Download PDF: Uitspraak 23.05
