Geschilnummer 25.01
Uitspraak 25.01
Datum uitspraak
22 april 2025
Zorgsector
Complementaire zorg / psychomotorische therapie (eerstelijns)
Oordeel
Klachtonderdeel 1 (vriendschap + behandeling): gegrond
Klachtonderdeel 2 (relatie met partner van klaagster): gegrond
Klachtonderdeel 3 (dossieraanpassing): ongegrond
Schadevergoeding
Ja — materiële schadevergoeding € 210,- + wettelijke rente
Ja — immateriële schadevergoeding €7.000
Vergoeding klachtengeld € 50,-
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klaagster’,
tegen
B, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door C,
hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Aangeklaagde’.
1. Behandeling van het geschil
Aangeklaagde is als Zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil. Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Klaagster heeft verzocht om een hoorzitting die heeft plaatsgevonden op 9 april 2025 middels een videoverbinding.
- Klaagster is in persoon verschenen en werd vergezeld door D.
- Zorgaanbieder is in persoon verschenen en werd bijgestaan door C.
Verloop van de procedure
- 10 december 2024: ontvangst klacht;
- 12 december 2024: Klaagster gewezen op de mogelijkheid de klacht in te dienen bij de toetsingscommissie van de NVPMT;
- 23 december 2024: omdat de toetsingscommissie van de NVPMT de klacht niet in behandeling wil nemen verzoekt Klaagster de Geschillencommissie dit te doen;
- 6 januari 2025: ontvangstbevestiging aan Klaagster verstuurd;
- 7 januari 2025: ontvangst van door Klaagster ondertekende machtigingen en klachtengeld. Formele start behandeling geschil;
- 16 januari 2025: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 25 januari 2025: ontvangst verzoek tot vaststellen schadevergoeding;
- 10 februari 2025: reactie Zorgaanbieder op klacht en eis tot schadevergoeding;
- 27 februari 2025: overleg Commissie;
- 9 april 2025: hoorzitting;
- 22 april 2025: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klaagster is in april 2023 onder behandeling gekomen van Zorgaanbieder, met wie zij sinds 2020 bevriend was. In totaal zijn er negen sessies geweest tussen april en september 2023. Gedurende de behandelperiode heeft zich tussen Zorgaanbieder en de partner van Klaagster een seksuele relatie c.q. affaire ontwikkeld. De partner van Zorgaanbieder was hier gedurende de behandeling niet van op de hoogte.
Nadat eind augustus 2023 bekend was dat Zorgaanbieder een affaire had met de partner van Klaagster, heeft Klaagster de behandeling gestopt. Zij heeft getracht om met Zorgaanbieder in gesprek te komen maar deze heeft alle contact afgehouden.
Na contact met de klachtenfunctionaris heeft Klaagster besloten de klacht in te dienen bij Geschilleninstantie Zorggeschil.
3. Standpunt Klaagster
Voor het volledige standpunt van Klaagster verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
Onderstaand zijn de standpunten verkort weergegeven, voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling van het geschil.
Klaagster is van mening dat de handelwijze van Zorgaanbieder niet passend is voor een (psychomotorisch) therapeut en strijdig is met de beroepscode van de NVPMT:
a. Zorgaanbieder had haar als vriendin niet in behandeling moeten nemen, ook niet als Klaagster dit zelf wel wilde;
b. Zorgaanbieder had geen relatie met Klaagsters toenmalige partner aan mogen gaan.
Tijdens de hoorzitting is door Klaagster de klacht aangevuld:
c. Zorgaanbieder heeft achteraf het dossier aangevuld of aangepast.
Verzoek om schadevergoeding
Klaagster is van mening dat haar door de handelwijze van Zorgaanbieder leed is aangedaan en dat zij schade heeft geleden. Klaagster verzoekt de Commissie om een schadevergoeding toe te kennen ter hoogte van € 12.956,–, welk verzoek zij heeft onderbouwd.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Voor het volledige standpunt van Aangeklaagde verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
Onderstaand zijn de standpunten verkort weergegeven, voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling van het geschil.
Zorgaanbieder geeft aan dat de klacht niet haar therapeutisch handelen betreft maar de privéomstandigheden rondom Klaagsters toenmalige partner en Zorgaanbieder. De intentie van Zorgaanbieder is altijd geweest om Klaagster zo goed mogelijk te helpen.
Zorgaanbieder geeft aan achteraf in te zien dat het niet professioneel was om een vriendin als cliënt aan te nemen.
Tijdens de hoorzitting geeft de vertegenwoordiger van Zorgaanbieder aan dat de Beroepscode van de NVPMT een therapeut niet verbiedt om een vriendin te behandelen en ook niet om een relatie aan te gaan met een partner van een cliënte.
Verzoek om schadevergoeding
Zorgaanbieder stelt dat er geen causaal verband is tussen haar handelen en de door Klaagster gestelde schade.
5. Beoordeling van het geschil
Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies een uitspraak te doen.
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.
Beoordeling – algemeen
Volgens Nederlands recht moet degene die een stelling inneemt, in het geval deze stelling gemotiveerd wordt betwist, de juistheid daarvan aantonen.
Feiten en omstandigheden
(volledig en letterlijk weergegeven zoals in de uitspraak, inclusief behandeldata, festivalbezoek, drugsgebruik, affaire, duo-therapiesessie en toepasselijke bepalingen uit de Beroepscode NVPMT).
Beoordeling – inhoudelijk
Ten aanzien van klachtonderdelen a en b oordeelt de Commissie dat Zorgaanbieder ernstig in strijd heeft gehandeld met de beroepscode.
Oordeel:
De Commissie acht klachtonderdelen a en b gegrond.
Ten aanzien van klachtonderdeel c acht de Commissie onvoldoende aangetoond dat het dossier is aangepast.
Oordeel:
De Commissie acht klachtonderdeel c ongegrond.
Beoordeling van het verzoek tot schadevergoeding
De Commissie kent:
- een materiële schadevergoeding toe van € 210,–, vermeerderd met wettelijke rente;
- een immateriële schadevergoeding van € 7.000,–, vastgesteld naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
7. Beslissing
De Commissie acht de klachtonderdelen 1 en 2 gegrond en klachtonderdeel 3 ongegrond.
De Commissie veroordeelt Zorgaanbieder tot betaling van:
- materiële schadevergoeding: € 210,– + wettelijke rente;
- immateriële schadevergoeding: € 7.000,–;
- vergoeding klachtengeld: € 50,–.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
22 april 2025
de voorzitter
mr W. Morselt
Download PDF: Uitspraak 25.01
