Geschilnummer 25.10
Uitspraak 25.10
Datum uitspraak
9 maart 2026
Zorgsector
Relatietherapie / psychosociale zorg
Oordeel
Gedeeltelijk gegrond
Schadevergoeding
Afgewezen
Partijen
A, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
B, h.o.d.n. ‘C’, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door D, advocaat,
hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Aangeklaagde’.
1. Behandeling van het geschil
Aangeklaagde is als Zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil. Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
• (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook wel aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris. De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Klager heeft verzocht om een hoorzitting. Deze heeft plaatsgevonden op 16 december 2025 middels een videoverbinding. Klager is in persoon verschenen. Zorgaanbieder is in persoon verschenen, vergezeld door zijn advocaat D.
Verloop van de procedure
- 29 augustus 2025: ontvangst klacht;
- 3 september 2025: ontvangstbevestiging aan Klager verstuurd;
- 15 september 2025: ontvangst van door Klager ondertekende machtigingen en klachtengeld; formele start behandeling geschil;
- 30 september 2025: stukken aan Zorgaanbieder gezonden;
- 22 oktober 2025: verzoek van advocaat van Zorgaanbieder om verlenging van de termijn voor indienen verweer met twee weken;
- 23 oktober 2025: Commissie stemt in met verlenging van de termijn met één week;
- 5 november 2025: reactie Zorgaanbieder op klacht;
- 6 november 2025: verweer aan Klager gezonden;
- 18 november 2025: overleg Commissie;
- 16 december 2025: hoorzitting;
- 25 januari 2026: ontvangst van stukken waar Klager tijdens de hoorzitting naar heeft verwezen;
- 6 februari 2026: reactie Zorgaanbieder op de stukken;
- 9 maart 2026: uitspraak Commissie aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klager en zijn vrouw zijn van 30 januari 2024 tot 29 september 2024 onder behandeling geweest van Zorgaanbieder. Klager is niet tevreden over de verleende zorg en voelt zich misleid. Hij heeft hierover een klacht ingediend bij Zorgaanbieder. Omdat hij het niet eens was met de uitkomst van de interne klachtenprocedure, heeft hij het geschil voorgelegd aan Geschilleninstantie Zorggeschil.
3. Standpunt Klager
Voor het volledige standpunt van Klager verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
Onderstaand zijn de standpunten verkort weergegeven, voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling van het geschil.
Klager stelt onder meer dat Zorgaanbieder zich misleidend heeft gepresenteerd wat betreft zijn kwalificaties, dat de afgesproken EFT-methodiek niet is toegepast, dat het dossier onvolledig en feitelijk onjuist is en dat sprake was van tekortschietende communicatie en professionaliteit. Ook meent Klager dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn medische voorgeschiedenis, dat de behandelkeuze niet passend was en dat een diagnose en behandelplan ontbraken. Daarnaast verzoekt Klager om terugbetaling van sessiekosten en vergoeding van bijkomende schade.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Voor het volledige standpunt van Aangeklaagde verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
Zorgaanbieder voert aan dat de titel “psycholoog” niet wettelijk beschermd is, dat hij zich op basis van opleiding en ervaring onder die benaming presenteert en dat psychotherapie op enkele netwerksites per abuis was aangevinkt en inmiddels is gecorrigeerd. Verder stelt Zorgaanbieder dat de behandeling niet uitsluitend uit EFT hoefde te bestaan, dat EFT wel degelijk is toegepast en dat sprake was van relatietherapie, niet van individuele behandeling. Volgens Zorgaanbieder was daarom geen diagnose of behandelplan vereist zoals bij een geneeskundige behandeling. Ook meent Zorgaanbieder adequaat te hebben gereageerd op verzoeken van Klager.
5. Beoordeling van het geschil
Het is de taak van de Commissie om bij wijze van bindend advies een uitspraak te doen over de klacht die aan haar is voorgelegd. Zij doet uitspraak over haar bevoegdheid, de ontvankelijkheid en het al dan niet gegrond zijn van de klacht.
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
De Commissie stelt vast dat Aangeklaagde is aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil en dat de klacht betrekking heeft op zorgverlening. Ook is voldaan aan het vereiste dat Klager de klacht eerst intern heeft ingediend. De Commissie acht zich daarom bevoegd en de klacht ontvankelijk.
Beoordeling – algemeen
De Commissie heeft kennisgenomen van de standpunten van partijen en de overgelegde stukken. Daarbij geldt dat degene die een stelling inneemt, die stelling moet aantonen of in hoge mate aannemelijk maken wanneer die stelling gemotiveerd wordt betwist.
Beoordeling – inhoudelijk
De Commissie heeft de klacht inhoudelijk in vier onderdelen beoordeeld.
Klachtonderdeel 1 – Misleiding
De Commissie overweegt dat de titel “psycholoog” in Nederland geen wettelijk beschermde titel is, maar dat het wel misleidend en verboden is als door het totaalbeeld ten onrechte de indruk wordt gewekt dat iemand een universitaire opleiding psychologie heeft gevolgd of psychotherapeut is. De Commissie oordeelt dat Zorgaanbieder zich op zijn eigen website niet schuldig maakt aan misleiding. Wel is vastgesteld dat op enkele andere websites psychotherapie als therapievorm was aangevinkt. Dat was misleidend, maar volgens de Commissie leidt het totale beeld niet tot de conclusie dat Zorgaanbieder zich voordeed als psychotherapeut of als psycholoog met afgeronde universitaire opleiding. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Klachtonderdeel 2 – Hulpvraag / wettelijk regime
De Commissie stelt vast dat partijen relatietherapie zijn overeengekomen. Uit de aanmelding, de correspondentie, de intake en de door beide partners ondertekende overeenkomst “Relatietherapie” volgt volgens de Commissie niet dat sprake was van een hulpvraag gericht op individuele behandeling. Daarom is de WGBO niet van toepassing en moet het geschil worden beoordeeld op basis van het algemene verbintenissenrecht. Ook de klachten over het dossier, de medische voorgeschiedenis, de behandelkeuze en het ontbreken van diagnose en behandelplan slagen niet. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 3 – Niet nagekomen behandelafspraken
De Commissie acht niet aannemelijk gemaakt dat de afgesproken EFT-methodiek niet is toegepast. In de overeenkomst stond dat behandeling onder meer door middel van EFT kon plaatsvinden en Zorgaanbieder heeft gemotiveerd gesteld dat dit is gebeurd. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 4 – Tekortschietende communicatie en professionaliteit
De Commissie is van oordeel dat Zorgaanbieder niet zorgvuldig en niet professioneel heeft gehandeld bij de beëindiging van de relatietherapie. De therapie is abrupt beëindigd in sessie 9, zonder dat uit het dossier blijkt dat vooraf voldoende met cliënten is besproken of de behandeling nog aansloot. Ook acht de Commissie het niet zorgvuldig dat vragen niet schriftelijk werden beantwoord en dat bij verdere bespreking een fysieke afspraak tegen regulier uurtarief werd voorgesteld. Daarnaast acht de Commissie de mededeling dat normaal gesproken kosten in rekening worden gebracht voor het samenstellen en nalopen van het dossier niet zorgvuldig en niet professioneel. Dit klachtonderdeel is gegrond.
➢ Oordeel:
De Commissie acht klachtonderdeel 1, 2 en 3 ongegrond en klachtonderdeel 4 gegrond.
6. Schadevergoeding
Voor toekenning van schadevergoeding moet sprake zijn van schade en een causaal verband tussen die schade en het verwijtbaar handelen. De Commissie oordeelt dat Klager niet heeft aangetoond dat aan deze voorwaarden is voldaan. Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, moet Zorgaanbieder wel het door Klager betaalde klachtengeld van
€ 50,- vergoeden.
7. Beslissing
De Commissie acht de klacht ontvankelijk.
De Commissie acht klachtonderdeel 1, 2 en 3 ongegrond en klachtonderdeel 4 gegrond. De Commissie wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, dient Aangeklaagde overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil het door Klager betaalde klachtengeld van € 50,– aan Klager te vergoeden. Betaling dient plaats te vinden binnen 7 dagen nadat Zorgaanbieder in kennis is gesteld van de wijze waarop betaling dient plaats te vinden.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
9 maart 2026
de voorzitter
mr W. Morselt
Download PDF: Uitspraak 25.10
