Uitspraak 25.12

Geschilnummer 25.12

Uitspraak 25.12

Datum uitspraak: 25 juni 2026

Zorgcategorie: plastische chirurgie

Klaagster stelt, kort samengevat, dat Verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld en dat er medische fouten zijn gemaakt. De Commissie acht de klacht ongegrond

Schadevergoeding: Klaagster heeft een schadevergoeding gevraagd, maar deze is niet toegewezen.

Partijen

A, hierna te noemen ‘Klaagster’,

tegen

B, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door C, advocaat bij KBS Advocaten, hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Verweerder’.

1. Behandeling van het geschil

Verweerder is als Zorgaanbieder aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil. Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.

Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:

  • (…)

De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.

De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.

Op verzoek van Klaagster heeft op 27 mei 2026 een hoorzitting via een videoverbinding plaatsgevonden.

Klaagster is in persoon verschenen, vergezeld door haar dochter D.

Namens Verweerder zijn verschenen:

  • E, advocaat bij KBS Advocaten;
  • F, plastisch chirurg;
  • G, plastisch chirurg.

Verloop van de procedure

  • 13 oktober 2025: ontvangst klacht;
  • 7 november 2025: ontvangst machtigingen en klachtengeld;
  • 14 november 2025: formele start behandeling geschil;
  • 24 december 2025: reactie Zorgaanbieder op klacht;
  • 23 januari 2026: Commissie besluit tot een tweede schriftelijke ronde van hoor en wederhoor;
  • 30 januari 2026: reactie Klaagster op verweer;
  • 13 februari 2026: reactie Verweerder;
  • 27 mei 2026: hoorzitting;
  • 25 juni 2026: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.

2. Aanleiding

Klaagster is in december 2023 door haar huisarts naar Verweerder verwezen vanwege bewegingsklachten aan haar linkerhand, in het bijzonder aan haar ringvinger.

In januari 2024 vond het eerste consult plaats. Op 29 februari 2024 werd Klaagster geopereerd aan een triggerfinger. Het herstel verliep volgens Klaagster niet goed. Zij bleef pijn en bewegingsbeperkingen houden.

In juli 2024 heeft Klaagster elders een second opinion gevraagd. Uit later onderzoek bleek onder meer sprake te zijn van zenuwbeschadiging, een triggerfinger en de ziekte van Dupuytren. In december 2024 onderging Klaagster elders een correctieve operatie.

Klaagster stelt dat Verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld bij de diagnostiek, operatie en nazorg en dat de handtherapie te laat is opgestart. Zij verzoekt daarnaast om een schadevergoeding wegens inkomstenderving.

3. Standpunt Klaagster

Voor het volledige standpunt van Klaagster verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.

Onderstaand zijn de standpunten verkort weergegeven, voor zover volgens de Commissie relevant voor de beoordeling van het geschil.

a. Onderzoek en behandeling

Volgens Klaagster heeft voorafgaand aan de operatie onvoldoende onderzoek plaatsgevonden. Er zijn geen röntgenfoto’s, echo of zenuwonderzoek verricht. Na een kort lichamelijk onderzoek werd direct een operatie ingepland.

Tijdens de operatie bleek de aanvankelijke verdoving onvoldoende te werken en moest extra worden verdoofd. Volgens Klaagster moest bovendien dieper worden gesneden. Zij beschouwt dit als een complicatie.

Na de operatie hield Klaagster pijn en bewegingsproblemen.

b. Nazorg en handtherapie

Klaagster stelt dat de noodzakelijke handtherapie niet tijdig is opgestart. Op 14 maart 2024 bezocht zij wel een handtherapeut, maar daarna werden geen vervolgbehandelingen ingepland.

Volgens Klaagster bleek later dat een verwijzing naar de handtherapeut niet goed was geregeld. Hierdoor is zij belangrijke behandelingen misgelopen.

Nadat de klachten aanhielden, werd Klaagster door haar huisarts voor een second opinion verwezen. Elders werden aanvullende onderzoeken verricht en werden onder meer zenuwbeschadiging, triggerfinger en Dupuytren vastgesteld. Vervolgens vond een correctieve operatie en intensieve handtherapie plaats.

Volgens Klaagster bevestigt het betere resultaat van deze behandeling dat de eerdere behandeling en nazorg bij Verweerder niet aan de professionele normen hebben voldaan.

c. Schadevergoeding

Klaagster stelt dat zij als gevolg van de behandeling en het herstel gedurende langere tijd niet als zelfstandig pedicure heeft kunnen werken.

Zij verzoekt om een schadevergoeding van € 24.700,- wegens inkomstenderving.

4. Standpunt Zorgaanbieder

Voor het volledige standpunt van Verweerder verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.

a. Onderzoek en behandeling

Verweerder betwist dat onvoldoende onderzoek is verricht. De diagnose triggerfinger is volgens Verweerder een klinische diagnose die kan worden gesteld op basis van anamnese en lichamelijk onderzoek. Aanvullend onderzoek door middel van een echo of röntgenfoto was daarom niet noodzakelijk.

Voorafgaand aan de operatie zijn de behandeling en mogelijke complicaties met Klaagster besproken en heeft zij een informed consent-document ondertekend.

Volgens Verweerder is de operatie zorgvuldig uitgevoerd. Het toedienen van extra verdoving is niet ongebruikelijk en vormt geen complicatie. Tijdens de operatie bleek sprake te zijn van een ontstekingsreactie in het peesgebied, waarop een synovectomie is verricht.

Verweerder betwist dat tijdens de operatie een zenuw is geraakt.

b. Nazorg en handtherapie

Verweerder stelt dat Klaagster op 14 maart 2024 is beoordeeld en dat het postoperatieve beeld op dat moment normaal was. Omdat zij haar werk als pedicure wilde hervatten, is zij dezelfde dag doorverwezen naar een handtherapeut die in hetzelfde pand is gevestigd.

Volgens Verweerder heeft de handtherapie die dag daadwerkelijk plaatsgevonden. Alleen de papieren verwijzing voor de zorgverzekeraar moest nog worden verstrekt. Dit heeft de behandeling niet belemmerd.

Toen Klaagster tijdens een later telefonisch consult aangaf nog klachten te hebben, heeft Verweerder geadviseerd de handtherapie zo snel mogelijk te hervatten.

Verweerder betwist daarnaast dat de later vastgestelde ziekte van Dupuytren door de operatie is veroorzaakt. Volgens Verweerder bestaat geen causaal verband tussen een triggerfinger en het ontstaan van Dupuytren.

c. Schadevergoeding

Verweerder betwist zowel de gestelde arbeidsongeschiktheid als het causale verband tussen de behandeling en de gevorderde inkomstenderving.

Volgens Verweerder heeft Klaagster niet met medische of andere stukken aangetoond dat zij gedurende de gehele opgegeven periode volledig arbeidsongeschikt was als gevolg van het handelen van Verweerder.

5. Beoordeling van het geschil

Bevoegdheid en ontvankelijkheid

De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is.

Beoordeling – algemeen

Volgens Nederlands recht moet degene die een stelling inneemt, wanneer deze gemotiveerd wordt betwist, de juistheid daarvan aantonen of voldoende aannemelijk maken.

Beoordeling – inhoudelijk

Klaagster stelt dat Verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld en medische fouten heeft gemaakt, onder meer doordat onvoldoende vooronderzoek is verricht en de handtherapie te laat is opgestart.

Verweerder heeft deze verwijten gemotiveerd betwist.

De Commissie stelt vast dat Klaagster voldoende gelegenheid heeft gehad haar stellingen nader te onderbouwen, zowel schriftelijk als tijdens de hoorzitting.

De Commissie onderkent dat het voor Klaagster lastig is om bewijs te leveren, omdat haar klachten betrekking hebben op medisch handelen door plastisch chirurgen. Voor het aantonen van onzorgvuldig medisch handelen zou bijvoorbeeld een verklaring van een medisch deskundige of een second opinion kunnen worden ingebracht.

Een dergelijke medische onderbouwing is echter niet overgelegd. Het enkele feit dat elders aanvullende onderzoeken en een andere operatie hebben plaatsgevonden, vormt volgens de Commissie onvoldoende bewijs dat Verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld.

Ook in de overige stukken heeft de Commissie onvoldoende aanwijzingen gevonden die de stellingen van Klaagster ondersteunen.

Oordeel: de Commissie acht de klacht ongegrond.

Schadevergoeding

Voor toekenning van een schadevergoeding moet sprake zijn van onrechtmatig handelen, geleden schade en een causaal verband tussen het handelen en de schade.

Nu de Commissie niet heeft vastgesteld dat Verweerder onzorgvuldig of onrechtmatig heeft gehandeld, bestaat geen grond voor toekenning van schadevergoeding.

Overweging ten overvloede en aanbeveling

Klaagster verkeerde in de veronderstelling dat de praktijk voor handtherapie onderdeel was van of verbonden was aan Verweerder. Volgens Verweerder gaat het echter om een zelfstandige zorgaanbieder. De praktijken bevinden zich naast elkaar en maken gebruik van dezelfde wachtruimte, maar hebben ieder een eigen behandelovereenkomst en facturering.

De Commissie acht het van belang dat voor cliënten volkomen duidelijk is dat beide zorgaanbieders niet aan elkaar zijn gelieerd. Hiermee kunnen misverstanden over bijvoorbeeld het maken van vervolgafspraken worden voorkomen.

De Commissie beveelt Verweerder daarom aan cliënten er in voorkomende gevallen uitdrukkelijk op te wijzen dat de praktijk voor handtherapie een zelfstandige zorgaanbieder is en niet aan Verweerder is gelieerd.

7. Beslissing

De Commissie acht de klacht ongegrond.

De Commissie wijst het verzoek om schadevergoeding van Klaagster af.

Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.

Geschilleninstantie Zorggeschil
25 juni 2026

de voorzitter
mr W.H. Morselt

Download PDF: Uitspraak 25.12