Geschilnummer 26.06
Uitspraak 26.06
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Zorgcategorie: Woonzorg
Klacht met oordeel Commissie
– Gebrek aan bescherming door zorgaanbieder: Ongegrond
– Tijdelijk uit huis plaatsing: Ongegrond
– Beperkingen in contact met medebewoners: Gegrond
– Voortzetting van zorg en woonplek: Niet ontvankelijk
– Afhouden van klachtenprocedure: Gedeeltelijk gegrond
– Klachtenregeling niet aan klager bekend gemaakt: Gegrond.
Schadevergoeding: Gevraagd maar niet toegekend
Partijen
A, vertegenwoordigd door zijn vader B, hierna te noemen ‘Klager’,
tegen
C, ingeschreven in het Handelsregister, vertegenwoordigd door D, voorzitter G, hierna te noemen ‘Zorgaanbieder’ of ‘Verweerder’.
1. Behandeling van het geschil
Verweerder is aangesloten bij Geschilleninstantie Zorggeschil. Op de behandeling van het geschil is het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil van toepassing.
Namens de Geschilleninstantie hebben aan de behandeling van het geschil deelgenomen:
- (…)
De leden van de Geschilleninstantie die aan de behandeling hebben deelgenomen worden hierna ook aangeduid met ‘de Commissie’. De Commissie is bijgestaan door de ambtelijk secretaris.
De Commissie heeft kennisgenomen van de door partijen overgelegde stukken.
Op verzoek van Klager heeft op 16 juni 2026 een hoorzitting via een videoverbinding plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- Klager in persoon, bijgestaan door zijn vader B;
- namens Verweerder: D, voorzitter ad interim, E, bestuurslid en oud-voorzitter, en F, bestuurssecretaris.
Klager heeft bij aanvang van de hoorzitting een verklaring voorgelezen en heeft daarna de hoorzitting verlaten.
Verloop van de procedure
- 1 maart 2026: ontvangst klacht;
- 10 maart 2026: formele start behandeling geschil;
- 19 maart 2026: verbeterde versie van de klacht aan Verweerder gezonden;
- 24 april 2026: reactie Verweerder op klacht;
- 16 juni 2026: hoorzitting;
- 19 juni 2026: nadere onderbouwing verzoek om schadevergoeding;
- 3 juli 2026: reactie Zorgaanbieder op verzoek om schadevergoeding;
- 27 augustus 2026: uitspraak Commissie, aan partijen verzonden.
2. Aanleiding
Klager woont bij C, dat in stand wordt gehouden door G. Hij heeft eerder meerdere procedures gevoerd over de zorgverlening en de woonsituatie.
De Commissie stelt vast dat over een deel van de geschilpunten al eerder is geoordeeld door de rechtbank en/of Geschilleninstantie Zorggeschil. Ook geschilpunten die uitsluitend betrekking hebben op de verhouding tussen de ouders van Klager en Verweerder vallen buiten deze beoordeling.
De Commissie beperkt zich daarom tot gedragingen van Verweerder die rechtstreeks betrekking hebben op de zorgverlening aan Klager zelf.
3. Standpunt Klager
Voor het volledige standpunt van Klager verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
De klacht bestaat uit zes onderdelen.
1. Gebrek aan bescherming
Klager stelt dat hij zich onvoldoende beschermd voelde nadat hij meende te zijn bedreigd door een ouder van een medebewoner. Volgens Klager heeft de begeleiding onvoldoende oog gehad voor wat deze gebeurtenis met hem deed.
2. Tijdelijk uit huis
Na een escalatie waarbij Klager uit boosheid een bord eten naar een begeleider gooide, verbleef hij tijdelijk bij zijn ouders.
Volgens Klager was in zijn begeleidingsplan bekend dat hij bij overprikkeling agressief kon reageren. Hij vindt dat de begeleiding hier onvoldoende professioneel mee is omgegaan en hem ten onrechte tijdelijk uit zijn woning heeft laten vertrekken.
3. Beperkingen in contact met medebewoners
Klager stelt dat hij niet met andere bewoners over de ontstane situatie mocht praten.
Daarnaast stelt hij dat hem werd meegedeeld dat de begeleiding door hem op haar tenen liep en dat medebewoners last van hem hadden, terwijl die bewoners dat volgens hem nooit zelf tegen hem hadden gezegd.
4. Voortzetting zorg en woonplek
Klager stelt dat tegen zijn mentor is gezegd dat hij zijn woonplek moest verlaten omdat de zorg niet meer geleverd kon worden.
5. Afhouden van de klachtenprocedure
Volgens Klager is geprobeerd hem te ontmoedigen een klacht in te dienen of voort te zetten. Zo zou een bestuurslid hebben gezegd dat advocaten duur zijn en gevraagd hebben de klacht in te trekken.
Klager stelt daarnaast dat eerder voorwaarden zijn gesteld aan het voortzetten van zijn verblijf, waaronder het intrekken van meldingen en klachten.
6. Klachtenregeling niet bekendgemaakt
Klager stelt dat de klachtenregeling nooit rechtstreeks aan hem is verstrekt of bekendgemaakt.
Schadevergoeding
Namens Klager is verzocht om schadevergoeding. Daarbij is onder meer een bedrag van circa € 3.800,- genoemd voor kosten van professioneel mentorschap en bewindvoering.
4. Standpunt Zorgaanbieder
Voor het volledige standpunt van Verweerder verwijst de Commissie naar de overgelegde stukken.
1. Gebrek aan bescherming
Verweerder stelt dat niet is komen vast te staan dat de gestelde bedreiging daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Volgens de betrokken ouder was hij op de betreffende dag niet op de locatie aanwezig.
2. Tijdelijk uit huis
Verweerder stelt dat na de escalatie in overleg met de mentor, psycholoog, persoonlijk begeleider, coördinator en ouders is besloten dat Klager tijdelijk bij zijn ouders zou verblijven totdat de rust was teruggekeerd.
Dit gebeurde volgens Verweerder met instemming en onder verantwoordelijkheid van de mentor.
3. Beperkingen in contact met medebewoners
Volgens Verweerder kunnen in een woongroep tijdelijk afspraken worden gemaakt over communicatie en contact om rust en veiligheid te waarborgen.
Er zou geen sprake zijn geweest van een structureel verbod om met medebewoners om te gaan.
4. Voortzetting zorg en woonplek
Verweerder stelt dat deze kwestie al onderdeel is geweest van een eerdere gerechtelijke procedure.
5. Afhouden van de klachtenprocedure
Volgens Verweerder is de opmerking over advocaatkosten gemaakt in het kader van de financiële gevolgen van een formele klachtprocedure voor het wooninitiatief.
Het was volgens Verweerder niet de bedoeling Klager te ontmoedigen gebruik te maken van zijn klachtrecht.
6. Klachtenregeling niet bekendgemaakt
Verweerder stelt dat de klachtenregeling destijds wel aan de mentor van Klager is verstrekt.
Schadevergoeding
Verweerder heeft het verzoek om schadevergoeding gemotiveerd betwist.
5. Beoordeling van het geschil
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
De Commissie stelt vast dat zij bevoegd is en dat de klacht ontvankelijk is, voor zover deze betrekking heeft op de zorgverlening aan Klager zelf.
Klachtonderdelen waarover eerder door de rechtbank of Geschilleninstantie Zorggeschil is geoordeeld, worden niet opnieuw inhoudelijk beoordeeld.
Beoordeling – algemeen
Volgens Nederlands recht moet degene die een stelling inneemt, wanneer deze gemotiveerd wordt betwist, de juistheid daarvan aantonen of voldoende aannemelijk maken.
1. Gebrek aan bescherming
De Commissie kan achteraf niet vaststellen hoe Verweerder destijds precies heeft gehandeld nadat Klager meende bedreigd te zijn.
Dat betekent niet dat vaststaat dat Verweerder zorgvuldig heeft gehandeld, maar evenmin kan worden vastgesteld dat Verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld.
Oordeel: klachtonderdeel 1 ongegrond.
2. Tijdelijk uit huis
De Commissie merkt op dat het opvallend is dat Klager, terwijl bekend was dat hij bij overprikkeling agressief kon reageren, na een escalatie tijdelijk bij zijn ouders is ondergebracht.
Dit komt de Commissie niet zonder meer professioneel en zorgvuldig voor.
De beslissing is echter genomen in overleg met en met instemming van de toenmalige mentor. De Commissie acht dit in overwegende mate de verantwoordelijkheid van de mentor.
Oordeel: klachtonderdeel 2 ongegrond.
3. Beperkingen in contact met medebewoners
De Commissie begrijpt dat in bepaalde situaties tijdelijke afspraken nodig kunnen zijn om rust en veiligheid in een woongroep te bewaren.
Tegelijkertijd is niet gebleken dat Verweerder voldoende oog heeft gehad voor de mentale impact die een verbod of beperking op Klager kon hebben.
Daarnaast is niet betwist dat tegen Klager is gezegd dat de begeleiding door hem op haar tenen liep en dat medebewoners last van hem hadden.
De Commissie acht dergelijke mededelingen aan Klager onzorgvuldig.
Oordeel: klachtonderdeel 3 gegrond.
4. Voortzetting zorg en woonplek
Dit geschilpunt is eerder onderwerp geweest van een gerechtelijke procedure.
Oordeel: klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk.
5. Afhouden van de klachtenprocedure
De Commissie acht het niet zorgvuldig wanneer een bestuurslid Klager heeft gevraagd een klacht in te trekken omdat advocaten duur zijn.
Een dergelijke opmerking kan een drempel opwerpen voor het indienen of voortzetten van een klacht en is daarmee in strijd met het uitgangspunt van de Wkkgz dat klachten laagdrempelig moeten kunnen worden ingediend en afgehandeld.
De Commissie merkt wel op dat Klager hierdoor uiteindelijk niet is weerhouden daadwerkelijk klachten in te dienen.
Oordeel: klachtonderdeel 5 gedeeltelijk gegrond.
6. Klachtenregeling niet bekendgemaakt
De klachtenregeling was volgens Verweerder wel aan de mentor verstrekt, maar niet rechtstreeks aan Klager.
Nadat het mentorschap op 23 december 2025 was opgeheven, had Verweerder Klager zelf over de klachtenregeling moeten informeren.
Oordeel: klachtonderdeel 6 gegrond.
Schadevergoeding
Voor toekenning van schadevergoeding moet sprake zijn van:
- onrechtmatig of onzorgvuldig handelen;
- aantoonbare schade;
- causaal verband tussen het handelen en de schade.
De Commissie heeft ten aanzien van klachtonderdelen 3 en 6 onzorgvuldig handelen vastgesteld en klachtonderdeel 5 gedeeltelijk gegrond verklaard.
De Commissie stelt echter vast dat Klager niet heeft aangetoond dat er een causaal verband bestaat tussen deze specifieke tekortkomingen en de gestelde schade.
Oordeel: het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
7. Beslissing
De Commissie verklaart:
- klachtonderdelen 3 en 6 gegrond;
- klachtonderdeel 5 gedeeltelijk gegrond;
- klachtonderdelen 1 en 2 ongegrond;
- klachtonderdeel 4 niet-ontvankelijk.
De Commissie wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Omdat de klacht gedeeltelijk gegrond is verklaard, dient Verweerder overeenkomstig artikel 13 lid 5 van het Reglement Geschilleninstantie Zorggeschil het door Klager betaalde klachtengeld van € 50,- te vergoeden.
Deze uitspraak heeft de kracht van een bindend advies.
Geschilleninstantie Zorggeschil
27 augustus 2026
de voorzitter
mr W. Morselt
Download PDF: Uitspraak G26.06
